nl | en | fr
 0
 
 07/01/2013 Borstkanker

Hormoontherapie bij borstkanker

Hormonen zijn natuurlijke stoffen die je lichaam produceert. Ze regelen een groot aantal lichaamsfuncties, zoals ons bloedsuikermetabolisme, botgroei of de melkproductie.

De twee belangrijkste vrouwelijke geslachtshormonen zijn oestrogeen en progesteron. Ook mannen maken deze hormonen aan.

Sommige types van borstkanker hebben deze hormonen nodig om te groeien. Dit betekent dat zich in de cellen speciale plaatsen bevinden, die we receptoren heten. Daaraan kan oestrogeen of progesteron zich vasthechten. Hormoontherapie is een pilletje met chemische substanties die sterk gelijken op oestrogeen of progesteron. Zo sterk dat ze ook in de receptoren passen, zonder dezelfde groeibevorderende werking op kankercellen. Als je als lotgenoot deze stoffen krijgt, kan de werking van de natuurlijke hormonen geblokkeerd worden. De stoffen nemen namelijk de plaats in van de natuurlijke hormonen (oestrogeen of progesteron). Zo vertragen of stoppen ze de groei van kankercellen. De toediening van deze stoffen noemt men hormoontherapie.

Niet alle borstkankercellen hebben progesteron- of oestrogeenreceptoren. Hebben de kankercellen geen receptoren, dan kunnen deze chemische stoffen zich niet vasthechten aan de cellen en heeft het gebruik van hormoontherapie geen zin. De vaststelling of er al dan niet receptoren zijn, gebeurt tijdens het pathologisch onderzoek van het tumorweefsel.

Wie krijgt hormoontherapie?

Zowel mannen als vrouwen kunnen worden behandeld met hormoontherapie.

Hormoontherapie wordt voorgeschreven:

  • Als adjuvante therapie bij patiënten met positieve hormoonreceptoren. Bij vrouwelijke patiënten wordt geen onderscheid gemaakt tussen vrouwen vóór of na de menopauze. Als de kankercellen receptornegatief zijn, heeft hormoontherapie geen zin. Bij premenopausale vrouwen wordt bij hormoontherapie meestal de eierstokfunctie stilgelegd door medicatie (bv. Zoladex), minder frequent door heelkundige wegname van de eierstokken of bestraling. Eierstokremming met Zoladex is omkeerbaar, d.w.z. dat na de behandeling de eierstokken hun normale werking kunnen hervatten.
  • Uitzaaiingen worden vaak met hormoontherapie behandeld. Ook hier geldt dat hormoontherapie alleen wordt gegeven als de tumorcellen receptorpositief zijn.
  • Oudere patiënten die om een of andere reden niet meer in aanmerkingen komen voor de andere therapieën (bv. operatie) worden soms enkel met hormoontherapie behandeld.
  • Mensen die een verhoogd risico lopen op borstkanker (bv. omdat ze een gemuteerd borstkankergen in hun erfelijk materiaal hebben) worden soms preventief met hormoontherapie behandeld, al bestaat hierover voornamelijk in Europa nog veel discussie.
Soorten hormoontherapie

De indeling in soorten hormoontherapie is gebaseerd op het werkingsmechanisme van de therapie.

Hormoontherapie door blokkering van hormoonreceptoren

Deze middelen bezetten de hormoonreceptoren op de borstkankercellen, waardoor de natuurlijke hormonen die niet meer kunnen bezetten en de kankercellen niet meer kunnen aanzetten tot groei. Middelen die tot deze groep behoren zijn Tamoxifen, Toremifen en Fulvestrant.

Belangrijk!

Meld al uw bijwerkingen aan uw arts! Een dosisverlaging of stopzetting van de behandeling kan nodig zijn.

Tamoxifen

Tamoxifen, verkocht onder de volgende merknamen: Nolvadex®, Tamizam® en Tamoplex®, is de chemische substantie die bij hormoontherapie het meest wordt gebruikt. Het wordt al vele jaren gebruikt om zowel beginnende als gevorderde borstkanker te behandelen.

De volgende effecten van Tamoxifen werden bewezen:

  • Het vertraagt of stopt de groei van kankercellen die zich al in het lichaam bevinden.
  • Het verlaagt het risico dat kanker terugkeert in dezelfde en de andere borst.
  • Het verlaagt het risico op borstkankerontwikkeling bij mensen die een verhoogd risico lopen.
  • Recent wordt Tamoxifen ook bestudeerd als middel tegen ander vormen van kanker, zoals melanomen, baarmoederkanker en bepaalde vormen van leukemie.

De behandeling bestaat uit het dagelijks slikken van één pilletje gedurende een bepaalde tijd. Meestal duurt de behandeling vijf jaar.

Verschillende studies hebben aangetoond dat Tamoxifen:

  • Het risico op lokale terugkeer (recidief) vermindert.
  • Het risico op kanker in de andere borst vermindert.
  • De overleving verbetert.
Bovenstaand schema

Overzicht van de risicovermindering door Tamoxifen na één, twee of vijf jaar behandeling

Bron: prof. Van Limbergen

Mogelijke bijwerkingen
  • Sommige patiënten klagen over een gebrek aan eetlust (al dan niet gepaard gaande met misselijkheid en/of braken), maar gewichtstoename is een frequentere bijwerking.
  • Omdat hormoontherapie de werking van oestrogeen blokkeert, kunnen menopauzeachtige symptomen optreden. Hieronder vallen bijvoorbeeld opvliegers en wijzigingen in de menstruatiecycli (bij sommige vrouwen voor de menopauze kan de menstruatie door Tamoxifen onderdrukt worden). Ook al betreft het hier menopauzeachtige symptomen: de eigenlijke menopauze treedt niet in onder invloed van de therapie.
  • Er is een licht verhoogd risico op de ontwikkeling van een goedaardige poliep of kanker van het baarmoederslijmvlies (endometriale kanker genoemd). Patiënten die vaginaal bloedverlies krijgen, moeten dan ook hun arts raadplegen.
  • Er is een licht verhoogd risico op de vorming van bloedklonters. Tekenen die hierop kunnen wijzen zijn pijn, warmte, gevoeligheid in een arm of een been. Ook pijn in de borst kan een teken zijn. Raadpleeg meteen je dokter als je deze symptomen opmerkt.
  • Er is een licht verhoogde kans op de ontwikkeling van cataract (een oogziekte, ook "grauwe staar" genoemd). Sommige patiënten ontwikkelen ook oogproblemen op het net- of het hoornvlies.
  • Sommige patiënten klagen over problemen met het kortetermijngeheugen en een toegenomen verstrooidheid. Ook een ijl gevoel in het hoofd kan een bijwerking zijn.
  • Een recente studie uitgevoerd in een Amerikaanse ziekenhuis (Massachusetts General Hospital Cancer Center) toonde een verhoogd risico op de ontwikkeling van een depressie aan.
    Bij patiënten die Tamoxifen gebruiken samen met het antidepressivum Paroxetine (Seroxat) vermindert de efficiëntie van de Tamoxifentherapie, omdat de voornaamste actieve metaboliet van Tamoxifen (endoxifen) minder wordt aangemaakt.
    Ook slaapproblemen en een algemeen malaisegevoel werden in de resultaten van deze studie gemeld als mogelijke bijwerking.
  • In sommige gevallen is er sprake van vochtretentie (ophouden van vocht). Dit kan zich uiten in het opzwellen van enkels.
  • Bij sommige mensen treedt er verdunning van het haar op.
Toremifen

Toremifen wordt verkocht onder de merknaam: Fareston®.

Toremifen is een anti-oestrogeen, afgeleid van Tamoxifen. Het werkt op dezelfde manier als Tamoxifen en wordt momenteel gebruikt voor de behandeling van vrouwen na de menopauze in gevorderde stadia van de ziekte (als er uitzaaiingen zijn of als de ziekte terugkeert).

Het staat nog niet vast dat Toremifen ook kan gebruikt worden als adjuvante therapie om het risico op terugkeer van de ziekte te verkleinen. Momenteel lopen er een aantal studies om dit effect te onderzoeken.

Als patiënten wegens te hevige bijwerkingen een behandeling met Tamoxifen moeten afbreken, wordt Toremifen soms al als adjuvante therapie voorgeschreven (ook bij premenopauzale vrouwen).

Toremifen is een veel recentere stof dan Tamoxifen. Daardoor is er nog maar weinig bekend over de langetermijneffecten (omdat het nog niet lang genoeg wordt gebruikt). Studies op dieren hebben evenwel aangetoond dat Toremifen een lager kankerverwekkend effect zou hebben dan Tamoxifen.

Mogelijke bijwerkingen
  • Warmteopwellingen, die in sommige gevallen verminderen na de eerste maanden behandeling. Maar bij andere vrouwen blijven ze evenwel duren tijdens de hele behandeling.
  • Misselijkheid en braken doen zich met dit medicijn vrij vaak voor (bij 25 % van de behandelde patiënten), vooral tijdens de eerste weken van de behandeling. Heb je met deze bijwerking te maken? Dan kan het helpen de tabletten in te nemen met voedsel of 's avonds bij het slapengaan.
  • Gewichtstoename die vaak wordt veroorzaakt door vochtretentie (het ophouden van vocht). Een ander symptoom van vochtretentie kunnen opgezwollen enkels zijn.
  • Allergische reacties zoals huiduitslag.
  • Tijdelijke verdunning van het haar. Het haar wordt weer normaal na beëindiging van de therapie.
  • Hoofdpijn.

Zeldzame bijwerkingen:

  • Depressie, vermoeidheid en duizeligheid.
  • Vorming van bloedklonters. Tekenen die hierop kunnen wijzen zijn pijn, warmte, gevoeligheid in een arm of een been. Ook pijn in de borst kan een teken zijn. Raadpleeg meteen je dokter als je deze symptomen opmerkt.
  • Storingen in het gezichtsvermogen (troebel of verminderd zicht).
  • Tumorflare: bij patiënten met uitzaaiingen in de botten komt dit af en toe voor. Het uit zich in een verhoogd calciumgehalte in het bloed, met misselijkheid, braken en ziekte als symptomen.
Fulvestrant

Fulvestrant wordt verkocht onder de merknaam: Faslodex®.

Faslodex is een olieachtige oplossing van de stof "fulvestrant". Het wordt toegediend in de bilspier in een dosis van 250 mg (in 5 ml), éénmaal per maand.

De werkzame stof is een molecule die behoort tot een nieuwe klasse geneesmiddelen. Het heeft als doel de oestrogeenreceptor te destabiliseren, zodat de cellen de receptor zelf gaan afbreken en oestrogeen de cellen dus niet meer kan prikkelen in hun groei.Ook de aanmaak van progesteronreceptoren vermindert aangezien de progesteronreceptor een oestrogeenafhankelijk eiwit is.

Op die manier doet de werking denken aan Tamoxifen: Tamoxifen bindt ook op de oestrogeenreceptor en schakelt de stimulatie van oestrogeen uit op het niveau van de cellen van de borst. Maar het heeft uit zichzelf ook een stimulerend effect op andere cellen (bot en het slijmvlies van de baarmoeder), zodat deze gestimuleerd worden tot activiteit. Het heeft dus een gemengd remmend en stimulerend effect (net zoals ook Tamoxifen dat de alfa-oestrogeenreceptor blokkeert en de bèta-receptor stimuleert).

Faslodex bindt ook op de oestrogeenreceptor, maar maakt daarbij de normale oestrogeenreceptor definitief kapot, in alle cellen van het lichaam.

Op dit ogenblik wordt Faslodex enkel gebruikt bij de behandeling van uitgezaaide borstkanker bij postmenopauzale patiënten na falen van Tamoxifen en na falen van een aromataseremmer (Anastrozole (Arimidex ®), Letrozole (Femara ®) of Exemestane (Aromasin ®)). Er is geen kruisresistentie tussen Faslodex en de aromataseremmers.

Verder onderzoek is aan de gang om de juiste plaats van Faslodex in de behandeling van borstkanker te leren kennen.

De belangrijkste bijwerkingen
  • Warmteopwellingen (> 10 %).
  • Gewichtstoename.
  • Misselijkheid.
  • Huiduitslag.
  • Verhoogd risico op trombose.
  • Pijn en ontsteking op de injectieplaats.
  • Hoofdpijn.
  • Rugpijn.



Er zijn geen negatieve effecten gemeld op het baarmoederslijmvlies.

Aromataseremmers: Letrozole, Anastrozole en Exemestane

Letrozole wordt verkocht onder de merknaam Femara®.
Anastrozole wordt verkocht onder de merknaam Arimidex®.
Exemestane wordt verkocht onder de merknaam Aromasin®.

Letrozole, Anastrozole en Exemestane werken door een eiwit (enzym)-  dat aromatase heet - te blokkeren. Daarom worden ze samen aromatase-inhibitors of aromataseremmers genoemd. De blokkering van het aromatase heeft tot gevolg dat de aanmaak van oestrogeen in sommige weefsels, vooral de vetcellen, wordt verhinderd. Zo wordt het oestrogeengehalte van de patiënt verminderd en kan oestrogeen zijn tumorstimulerende invloed niet meer uitoefenen. Letrozole, Anastrozole en Exemestaan hebben dus alleen zin voor patiënten met positieve oestrogeenreceptoren.

Letrozole, Anastrozole en Exemestane zijn middelen die tot voor kort voornamelijk werden gebruikt bij de behandeling van uitgezaaide borstkanker (bij vrouwen na de menopauze). Reageren ze niet meer op de traditionele Tamoxifen-behandeling, dan zijn Letrozole, Anastrozole of Exemestane aangewezen.

Concreet betekent dit dat patiënten in de volgende gevallen baat kunnen vinden bij deze middelen:

  • Patiënten die na een adjuvante therapie met Tamoxifen toch een nieuwe tumor of uitzaaiingen ontwikkelen.
  • Patiënten bij wie de tumor(en) groeien ondanks een behandeling met Tamoxifen.

Bij sommige patiënten zorgen Letrozole, Anastrozole of Exemestane voor een duidelijke tumorverkleining, bij anderen stabiliseert de tumor (m.a.w. de groei wordt stopgezet). De behandeling wordt voortgezet tot duidelijk wordt dat het middel zijn invloed verliest, m.a.w. tot de tumor(en) opnieuw beginnen groeien.

Meer en meer wordt duidelijk dat ook in de adjuvante setting aromataseremmers een belangrijke rol spelen. Afhankelijk van de tumorkenmerken en de leeftijd van de vrouw verschilt het juiste tijdstip binnen de behandeling, de juiste duur en in welke volgorde de verschillende hormoontherapieën toegediend worden. Bij postmenopausale patiënten worden de aromataseremmers in monotherapie toegediend. Premenopausale patiënten worden eerst postmenopausaal gemaakt door onderdrukking van de eierstokken, vooral met Zoladex.

Mogelijke bijwerkingen

De bijwerkingen die gemeld worden zijn meestal minder ernstig dan de bijwerkingen die Tamoxifen-patiënten ondervinden. De volgende bijwerkingen werden gemeld:

  • Gewrichtspijn en ochtendstijfheid (pijn in de armen, benen, rug) zijn wellicht de meest voorkomende bijwerking van een therapie met een aromataseremmer en vormen in sommige gevallen een reden om de therapie stop te zetten.
  • De onwikkeling van osteoporose. Daarom wordt regelmatig onder deze behandeling een botmeting uitgevoerd en is het gebruik van calcium- en vitamine D-supplementen aangeraden. 
  • Sommige patiënten krijgen af te rekenen met misselijkheid en/of braken, een gebrek aan eetlust en met gewichtsverlies. Bij sommige patiënten treedt diarree op.
  • Omdat deze therapie de werking van oestrogeen blokkeert, kunnen er menopauzeachtige symptomen optreden, zoals warmteopwellingen.
  • Er is een licht verhoogde kans op de vorming van bloedklonters in de aders, maar het risico is duidelijk kleiner dan bij de inname van Tamoxifen.
  • Sommige patiënten krijgen hoofdpijn en/of duizeligheid.
  • In sommige gevallen is er sprake van vochtretentie (ophouden van vocht). Dit kan zich uiten in het opzwellen van enkels en in gewichtstoename.
  • Ook de volgende bijwerkingen werden gemeld: haaruitval, vermoeidheid, huiduitslag.
De eierstokken blokkeren

Deze medicijnen staan bekend onder de volgende merknamen:

Leuproreline (Lucrin®)
Decapeptyl (Triptorelin®) en Gosereline acetaat (Zoladex®).

In België wordt alleen Zoladex in deze indicatie terugbetaald.

Deze medicijnen schakelen de eierstokken (tijdelijk) uit, zodat er geen oestrogeen meer wordt aangemaakt die de tumorcellen kan stimuleren tot groei.

De productie van oestrogenen en progesteron in de eierstokken staat onder invloed van de hormonen FSH en LH uit de hypofyse. De hypofyse is een klein orgaan onderaan de hersenen.

Het gebruik van Zoladex of Lucrin zet de hypofyse initieel aan tot de productie van FSH en LH. Dit leidt snel tot uitputting van de hypofysecellen, waardoor de LH-productie wegvalt en de eierstokken niet langer oestrogenen en progesteron produceren. Het baarmoederslijmvlies stopt met groeien en de menstruatie blijft uit.

Door deze medicijnen wordt de patiënt (tijdelijk) kunstmatig in de overgang gebracht. Voor een hormoongevoelige borstkanker kan dit betekenen dat de groei van de tumor stopt en dat deze zelfs kleiner kan worden.

Mogelijke bijwerkingen

De belangrijkste bijwerkingen zijn:

  • Op de injectieplaats kan een beperkte bloeduitstorting ontstaan.
  • Verhoogde of verlaagde bloeddruk.

Deze veranderingen zijn gewoonlijk van voorbijgaande aard.

  • Opvliegers.
  • Transpiratie.
  • Verminderd libido.
  • Gewichtstoename.
  • Hoofdpijn.
  • Huiduitslag.
  • Stemmingsveranderingen.
  • Droge vagina.
  • Veranderingen in borstgrootte.
  • Spier- en gewrichtspijnen.
  • Verlies van botweefsel.
  • Vermoeidheid.
  • Ontwikkeling van cysten in de eierstokken.
Hormoontherapie en zwangerschap

Ook al veroorzaakt hormoontherapie menopauzeachtige symptomen, de kans op zwangerschap blijft bestaan. Nochtans wordt een zwangerschap tijdens de behandeling het best vermeden, wegens het verhoogde risico op geboorteafwijkingen bij de foetus.

Seksueel actieve vrouwen gebruiken dan ook best een anticonceptiemiddel, zoals een condoom, pessarium of koperspiraaltje. Het gebruik van orale anticonceptiemiddelen wordt afgeraden, omdat het kan interfereren met de hormoontherapie.

Zwanger worden na de behandeling voor borstkanker heeft geen negatieve invloed op de ziekte-evolutie