nl | en | fr
 0
 
 07/01/2013 Borstkanker

Behandelingsschema AC

AC: Adriamycine (Doxorubicine) - Cyclofosfamide

Adriamycine (doxorubicine)

Adriamycine is een medicijn actief tegen vele verschillende kankersoorten. Het is een van de oudere cytostatica en wordt al tientallen jaren gebruikt. Het behoort tot de groep van de anthracyclines. Het oefent zijn anti-kankerwerking uit door te interfereren met de DNA-productie van de cel. In opgeloste vorm is het een heldere, oranjerode vloeistof die alleen intraveus wordt toegediend.

Adriamycine kan de volgende bijwerkingen hebben:

  • daling van het aantal witte bloedcellen
  • daling van het aantal rode bloedcellen (anemie)
  • daling van het aantal bloedplaatjes
  • (ernstige) misselijkheid en braken
  • geheel of gedeeltelijk haarverlies
  • pijnlijke plekken in de mond, slikproblemen
  • diarree
  • koorts
  • hartstoornissen (door beschadiging van de hartspier). Deze problemen kunnen zich manifesteren maanden of zelfs jaren na beëindiging van de therapie.
  • beschadiging van de bloedvaten (het kan - zelfs met een goed aangebracht infuus - roodheid en irritatie van de huid veroorzaken op de plaats van de injectie)
  • ernstige beschadiging van het weefsel als de vloeistof tijdens de toediening op de huid lekt
  • rode verkleuring van de urine.
Cyclofosfamide (Cyclofosfamide - CTX - Cycloblastine - Endoxan)

Cyclofosfamide is een derivaat van mosterdgas dat interfereert tijdens de DNA-replicatie van de cel. Cyclofosfamide heeft ook een sterke immunosuppressieve (d.i. afweersysteemonderdrukkende) werking. Het is één van oudste chemotherapie-medicijnen en wordt al tientallen jaren gebruikt. Cyclofosfamide wordt meestal intraveneus toegediend, maar bestaat ook in pilvorm.

Meest voorkomende bijwerkingen:

  • Verminderde weerstand door daling van het aantal witte bloedcellen. Dit effect kan na zo'n 7 dagen beginnen en bereikt meestal een dieptepunt na 10 tot 14 dagen. Nadien begint het aantal witte bloedcellen weer te stijgen. Het normale niveau wordt normaal opnieuw bereikt 21 dagen na toediening. Neem onmiddellijk contact op met je behandelende arts als je temperatuur boven 38°C stijgt, als je je plots erg onwel voelt (zelfs bij een normale lichaamstemperatuur). Voor elke toediening van chemotherapie onderga je een bloedtest om na te kijken of het aantal witte bloedcellen op een normaal niveau staat. Is dat niet het geval, dan wordt de behandeling wellicht een week uitgesteld.
  • Blauwe plekken of bloeden: Cyclofosfamide kan het aantal bloedplaatjes doen dalen waardoor gemakkelijker bloedingen ontstaan.
  • Bloedarmoede (anemie) door dalingvan het aantal rode bloedcellen. Wie deze bijwerking heeft, voelt zich wellicht vermoeid en kortademig. Een bloedtransfusie kan noodzakelijk zijn als het aantal rode bloedcellen te laag wordt.
  • Misselijkheid en braken begint meestal enkele uren na de toediening van Cyclofosfamide en kan 24 uur duren (of zelfs enkele dagen in geval van hoge dosissen).
    Er bestaat ondertussen zeer efficiënte medicatie tegen misselijkheid en braken. Als de voorgeschreven middelen niet het gewenste resultaat geven, kan je arts eventueel overschakelen op andere middelen. Bespreek dit dus zeker met hem/haar.
  • Verminderde eetlust: als Cyclofosfamide je eetlust vermindert, bespreek je dit het best met de diëtist van het ziekenhuis.
  • Irritatie van de blaas: voldoende drinken is tijdens deze therapie erg belangrijk, want zo kun je deze bijwerking vermijden. Als je bloed opmerkt in je urine, moet je dit zeker met uw arts bespreken.
    Als Cyclofosfamide in hoge dosis wordt toegediend, wordt tegelijk wellicht ook een middel gegeven om irritatie van de blaas te voorkomen(Mesna).
  • Haarverlies: het haarverlies door Cyclofosfamide kan totaal zijn maar ook beperkt (haaruitdunning). Haarverlies begint meestal 2 tot 4 weken na de eerste toediening van Cyclofosfamide (maar kan ook vroeger). Ook wenkbrauwen, wimpers en ander lichaamshaar kunnen uitvallen. Het haarverlies is tijdelijk: je haar zal dus opnieuw groeien na beëindiging van de therapie.

Minder voorkomende bijwerkingen:

  • Invloed op de lever: Cyclofosfamide kan tijdelijk de werking van de lever beïnvloeden.
    Meestal is dit niet verontrustend, maar je behandelende arts zal deze bijwerking van nabij opvolgen door regelmatig bloedstalen te onderzoeken.
  • Ontsteking van het mondslijmvlies (pijn en zweertjes in de mond, problemen met slikken): veel drinken en vaak je tanden poetsen met een zachte tandenborstel kunnen het risico op deze bijwerking verminderen. Je behandelende arts kan ook medicatie voorschrijven om mondinfecties tegen te gaan of te genezen.
  • Verandering in smaak: mogelijk gaat voedsel anders smaken terwijl je in therapie bent. Dit is meestal een tijdelijk verschijnsel dat na de therapie weer verdwijnt.
  • Diarree: deze bijwerking kan meestal onder controle worden gehouden met medicatie. Zorg ervoor dat je genoeg drinkt.
  • Veranderingen aan je nagels: door Cyclofosfamide kunnen je nagels donkerder of broos worden of afbrokkelen. Dit zal zich herstellen enkele maanden na beëindiging van de therapie.
  • Huidveranderingen: je huid kan donkerder worden door een overproductie aan pigment. Dit zal geleidelijk weer normaal worden enkele maanden na de behandeling met Cyclofosfamide.
  • Vermoeidheid en zwakte: neem genoeg rust om deze bijwerking te boven te komen.

Het is van groot belang alle bijwerkingen aan je behandelende arts te melden.

Dit hoofdstuk staat onder inhoudelijke controle van dr. Alain Bols, medisch oncoloog, A.Z. Sint Jan, Brugge. en dr. Eveline Decuypere, medisch oncoloog, A.Z. Sint Jan, Brugge.