nl | en | fr
 0

Bestralen okselklieren bij borstkanker net zo veilig als operatief verwijderen

Bij patiënten met borstkanker die voor een uitzaaiing in de okselklier worden bestraald, is het risico op terugkeer van de ziekte even laag wanneer de klier operatief verwijderd zou worden. De kans op bijwerkingen is na bestralen zelfs lager dan na een operatie. Dit blijkt uit een grote internationale studie van de EORTC (European Organisation for Research and Treatment of Cancer). De uitkomst van deze studie werd op 3 juni gepresenteerd op de ASCO (American Society of Clinical Oncology). Het ASCO is een belangrijk congres voor oncologen.

Bij patiënten met borstkanker die bij diagnose geen tekenen van uitzaaiingen hebben, wordt naast de tumor in de borst, ook de eerste lymfeklier verwijderd waarheen een tumor via de lymfebanen zou uitzaaien. Als er meer dan enkele tumorcellen in deze zogenaamde schildwachtklier worden gevonden, is er kans op meer uitzaaiingen. Standaard worden dan de overige lymfklieren in de oksel operatief verwijderd. Dit heeft als nadeel dat tussen de 25 en 50% van de vrouwen last krijgt van bijwerkingen, waarvan lymfoedeem - vochtophoping- van de arm de meest voorkomende is.

Het overgrote deel van de borstkankerpatiënten ondergaat een schildwachtklierprocedure. Bij 25-30% van deze patiënten worden uitzaaiingen in de schildwachtklier aangetroffen. Voor hen zijn de resultaten van deze studie relevant. De resultaten van de AMAROS-studie, waar meer dan 4800 patiënten aan hebben deelgenomen, laten zien dat de kans op terugkeer van de ziekte in de oksel binnen vijf jaar zowel na het verwijderen van de overige okselklieren als na het bestralen van de okselklieren, zéér laag is. Lymfeoedeem in de arm kwam na bestraling van de okselklieren twee keer zo weinig voor als na het operatief verwijderen (15 versus 28% in het eerste jaar na behandeling).

Bron: Antoni van Leeuwenhoek, Nederlands Kankerinstituut (www.avl.nl – 3 juni)