nl | en | fr
 0
 
 01/10/2019 Borstkanker

ABC

Patient empowerment, daar gaat Think Pink voor!

In onze gloednieuwe Think Pink Guide-app vind je een ABC terug waarin specifieke termen met betrekking tot borstkanker en de behandeling helder worden uitgelegd. Hieronder kan je dat ABC ook raadplegen.

 

A
Abces

Een opeenhoping van etter in een afgesloten holte die zich in het weefsel heeft gevormd, meestal veroorzaakt door een bacteriële infectie.

Ablatie

Weefsel of een gezwel vernietigen met energie (branden, bevriezen, laseren).

Absoluut risico

Het risico op een gebeurtenis in een periode binnen een bepaalde groep, denk maar aan het risico dat je borstkanker krijgt.

Adenocarcinoom

Kanker ontstaan in klierweefsel, bijvoorbeeld borst- of speekselklierweefsel.

Adjuvante behandeling

Een aanvullende behandeling na de operatie die de tumor verwijdert. Het doel is herval voorkomen door eventuele microscopisch kleine uitzaaiingen te vernietigen, ook al zijn die nog niet te zien.

Alopecia

Haarverlies, mogelijks door een behandeling die ook de sneldelende cellen in de haarwortels aantast. Ontstaat na een klassieke chemotherapiebehandeling.

Amputatie

Een lichaamsdeel verwijderen, bijvoorbeeld een borst tijdens een mastectomie.

Anamnese

Wat je als patiënt met betrekking tot de voorgeschiedenis van je ziekte kunt vertellen aan een arts. Tijdens de anamnese vertel je de dokter over het ontstaan van je ziekte, symptomen, vroegere ziekten enzovoort.

Anastrozole (Arimidex)

Antihormoontherapie die de hoeveelheid vrouwelijk hormoon vermindert bij vrouwen na de menopauze. Na de menopauze produceer je nog altijd productie van een kleine hoeveelheid vrouwelijk hormoon in het vetweefsel. Deze behandeling stopt die productie.

Anemie

Bloedarmoede. Een aandoening waarbij je niet genoeg rode bloedcellen hebt. Dit kan een neveneffect zijn van chemotherapie.

Anesthesie

Verdoving. Lokale of regionale anesthesie zorgt voor tijdelijk gevoelsverlies in een specifiek gebied, algemene anesthesie doet je tijdelijk het bewustzijn verliezen.

Angiogenese

Vorming van nieuwe bloed- of lymfevaten.

Antigen

Het kleinste onderdeel van een tumor, bacterie of virus dat het afweersysteem kan herkennen. Als het afweersysteem geactiveerd wordt, start de productie van antistoffen die inwerken op dit onderdeel van de cel of bacterie.

Antihormoontherapie

Een behandeling die de werking van hormonen beïnvloedt. Ze kan de hoeveelheid hormonen in je lichaam verlagen (aromataseremmers) of de hormoonreceptoren blokkeren (anti-oestrogeen).

Antilichaam

Deel van het afweersysteem van je lichaam. Een antilichaam bindt zich aan een antigen van een virus, bacterie of tumor en zet zo het natuurlijk afweersysteem in gang.

Antioxidant

Een stof die oxidatie door zuurstof tegengaat.

Areola

Het tepelhof. Het donkergekleurde gebied rond je tepel.

Aromataseremmer

Een medicijn dat de aanmaak van de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron in het vetweefsel blokkeert, en daarom ingezet wordt bij hormoongevoelige borstkanker. Vorm van antihormoontherapie. Ook wel aromatase-inhibitor genoemd.

Aspireren

Weefsel of vocht uit een knobbeltje of holte aanzuigen.

Asymptomatisch

Zonder merkbare symptomen van een ziekte. Vooral in vroege stadia kun je borstkanker hebben zonder symptomen op te merken.

Atypisch

Niet typisch. Abnormaal.

Atypische hyperplasie

Een goedaardige aandoening waarbij borstweefsel abnormale kenmerken heeft. De aandoening vergroot je risico op borstkanker.

Autoloog

Met eigen weefsel. Een autologe borstreconstructie gebeurt met weefsel dat elders uit je lichaam weggenomen wordt, bijvoorbeeld je buik of billen.

B
Beeldvorming

Technieken die het menselijk in lichaam in beeld kunnen brengen, van röntgenstralen en echo's tot scans.

Benigne

Goedaardig.

Bestraling

Lokale kankerbehandeling waarbij stralen op de tumor gericht worden om kankercellen te vernietigen. Bestraling kan plaatsvinden vóór een operatie, of na de operatie om het risico op herval terug te dringen. Zie ook ‘Radiotherapie’.

Bevolkingsonderzoek Borstkanker

Het georganiseerde, tweejaarlijkse onderzoek naar borstkanker voor vrouwen tussen 50 en 69 jaar dat de Vlaamse Overheid organiseert. Het heeft als doel borstkanker in een vroeg stadium te ontdekken. Meer op borstkanker.bevolkingsonderzoek.be.

Bilateraal

Aan beide kanten.

Biologische therapie

Een behandeling die verandert hoe cellen zich gedragen door hun groei te blokkeren of het immuunsysteem te versterken.

Biomarker

Een meetbare stof in het lichaam die meer informatie geeft over de kenmerken of de evolutie van je aandoening. Ze kunnen aangeven welke behandeling te verkiezen is, en hoe waarschijnlijk het is dat een behandeling goed gaat werken. Ze kunnen helpen bij het bepalen van de prognose.

Biopsie

Een onderzoek waarbij een stukje weefsel wordt weggenomen om te onderzoeken in het laboratorium. Dat kan met een naald of tijdens een operatie.

Biopt

Een stukje weefsel dat weggenomen wordt tijdens een biopsie om te onderzoeken in het laboratorium.

Biosimilars

Een biologisch product dat een zo goed als identieke kopie is van een ander product. Het gaat om geneesmiddelen gemaakt nadat het patent op een bestaand geneesmiddel verstrijkt.

Bi-rads

Breast Imaging Reporting and Data System. Een systeem dat op basis van de mammografie een indeling maakt volgens het risico op borstkanker.

Bisfosfonaat

Een geneesmiddel dat osteoporose of botverlies voorkomt en behandelt. Na borstkanker kan dit product het risico op herval verminderen bij vrouwen in de menopauze.

Bloedplaatjes

Deze kleinste cellen in het bloed zijn belangrijk voor stolling en dus om bloedverlies te voorkomen na een wonde.

BMI (Body Mass Index)

De verhouding van je gewicht en je lengte (in kwadraat) die een indicatie geeft over overgewicht (te veel wegen) en ondergewicht (te weinig wegen). Een gezonde BMI bevindt zich tussen 18,5 en 25.

Boost

Een extra dosis bestralingen op de plaats waar de tumor zich bevond, om het risico op herval nog extra terug te dringen.

Borstamputatie

De borst verwijderen tijdens een operatie. Zie ook 'mastectomie'.

Borstdensiteit

De dichtheid van klierweefsel in de borst. Dense borsten zijn moeilijker te onderzoeken tijdens een klinisch onderzoek of mammografie. Na de menopauze vervangt vetweefsel alsmaar meer klierweefsel.

Borstkanker

Vorm van kanker die ontstaat in de borst. Zaait de ziekte uit naar andere delen van het lichaam, dan blijven we van borstkanker spreken.

Borstkliniek

Een erkend zorgprogramma in het ziekenhuis dat via een multidisciplinaire aanpak kwaliteitsvolle zorg garandeert. Verschillende borstkankerspecialisten overleggen samen over de best mogelijke behandeling.

Borstprothese

Een borstimplantaat onder de huid geplaatst door een chirurg of een met siliconen gevuld omhulsel in de vorm van een borst, dat je op je huid kleeft of in een beha draagt.

Borstreconstructie

De oorspronkelijke vorm van een borst zo veel mogelijk nabootsen met implantaten of met eigen weefsel, nadat die door borstamputatie verwijderd werd. Reconstructies kunnen onmiddellijk of na een tijd.

Borstsparende operatie

Een operatie waarbij alleen de tumor en een veilige rand borstweefsel uit de borst verwijderd wordt. De borst blijft dus zo veel mogelijk behouden. Ook ‘tumorectomie’ genoemd.

Borstverpleegkundige

De verpleegkundige die verbonden is aan de borstkliniek en gespecialiseerd is in de coördinatie van borstkankerbehandelingen, ondersteuning en nazorg. Zij is jouw belangrijkste aanspreekpunt.

Botscan

Beelden van je botten na het inspuiten van een radioactieve stof. Een botscan kan afwijkingen aan je botten aan het licht brengen.

Brachytherapie

Inwendige bestraling. Kleine radioactieve bronnen worden tegen de tumor geplaatst en later weer verwijderd.

BRCA1-genmutatie

Een afwijking aan een gen waardoor je risico op borstkanker en eierstokkanker veel hoger ligt dan gemiddeld. Een genetische test in een Centrum voor Medische Genetica kan dit aan het licht brengen.

BRCA2-genmutatie

Een afwijking aan een gen waardoor je risico op borstkanker en eierstokkanker veel hoger ligt dan gemiddeld. Een genetische test in een Centrum voor Medische Genetica kan dit aan het licht brengen.

Brede excisie

Een operatie waarbij alleen de tumor en een veilige rand borstweefsel uit de borst verwijderd wordt. De borst blijft dus zo veel mogelijk behouden. Zie ook ‘borstsparende operatie’.

C
Calcificaties

Kleine kalkspikkeltjes die als witte stipjes te zien zijn op een mammografie. Ze kunnen goedaardig of kwaadaardig zijn. Soms is verder onderzoek dus nodig.

Carcinogeen

Elke stof die kanker veroorzaakt of doet groeien. Een voorbeeld is tabaksrook.

Carcinoom

Kanker, kwaadaardig gezwel of tumor.

Carcinoom in situ

Ontstaan van kankercellen in de klierbuis van de borst, zonder door de bindweefsellaag rond de klierbuis te breken. De kankercellen kunnen zich nog niet vlot verspreiden aangezien ze zich in een kapsel bevinden.

Chemopreventie

Een behandeling met geneesmiddelen, stoffen, vitamines of mineralen om ziektes of hun terugkeer te voorkomen. Vaak zijn dit "gewone" medicijnen zoals aspirine.

Chemotherapie

Behandeling met chemisch bereide stoffen die inwerken op sneldelende cellen, en zo dus tumorcellen afremmen of doden. Chemotherapie werkt op de cellen in het hele lichaam.

Chirurg

Dokter die operaties uitvoert.

Chirurgie

Een medisch specialisme waarbij een specialist - de chirurg - ziektes behandelt door te opereren.

CNB (Core Needle Biopsy)

Een dikkenaaldbiopsie verwijdert weefsel uit een verdachte zone met een dikke naald voor onderzoek onder een microscoop.

Cold cap

Een gekoelde muts op je hoofd vóór, tijdens en na een chemobehandeling om haarverlies te verminderen. De koude muts doet de bloedvaten in je hoofd samentrekken, waardoor de chemo niet tot in de haarwortels kan doordringen. Zie ook 'hoofdhuidkoeling' of 'ijskap'.

Combinatietherapie

Het gebruik van meer dan één behandeling om je ziekte te behandelen.

Comorbiditeit

Je hebt een ziekte die tegelijkertijd aanwezig is naast de kanker, bijvoorbeeld hoge bloeddruk.

Contra-indicatie

Een reden om een bepaalde behandeling niet uit te voeren. Zo mag je bijvoorbeeld bepaalde medicijnen niet krijgen als je nieren niet goed werken.

CT-scan

Een röntgenapparaat dat gedetailleerde doorsnedefoto's maakt van je lichaam. Je ligt in een ringvormig apparaat dat draait rond je lichaam en ondertussen 3D-beelden maakt.

Cumulatief risico

Het samengevoegd risico voor een bepaalde gebeurtenis, bijvoorbeeld de risico’s van roken en overgewicht samentellen voor een hartafwijking.

Curatief

Genezend.

Cyste

Een blaasje in je lichaam dat met vocht gevuld is.

Cytostatica

Een behandeling met chemisch bereide stoffen die inwerken op sneldelende cellen en zo dus tumorcellen afremmen of doden. Zie ook 'chemotherapie'.

Cytotoxisch

Giftig voor sneldelende cellen. Zie ook 'chemotherapie' en 'cytostatica'.

D
DCI

Ductaal Invasief Carcinoom. De meest voorkomende vorm van borstkanker. Kankercellen in de melkgang zijn gegroeid doorheen de bindweefsellaag rond de melkgang.

DCIS

Ductaal Carcinoom In Situ. Een voorstadium van borstkanker in de melkgang, zonder door de bindweefsellaag rond de melkgang te breken. De kankercellen kunnen zich nog niet vlot verspreiden, aangezien ze zich in nog een kapsel bevinden. Breken de cellen door de bindweefsellaag, dan ontstaat een Ductaal Invasief Carcinoom (DCI).

Diagnose

Een ziekte vaststellen via kenmerken, symptomen, beelden en/of labotesten.

Diagnostische mammografie

Een beeldvormend onderzoek van je borst nadat jij en/of je dokter een symptoom van borstkanker vastgesteld hebben. De mammografie helpt om het risico op kanker, de exacte locatie en grootte van het verdachte weefsel vast te stellen.

DIEPflap-reconstructie

Een eigenweefsel-borstreconstructie met onderhuids vet en huid van je onderbuik. Een aantal bloedvaten die de huid van bloed voorzien door de buikspier, worden gebruikt voor de doorbloeding van de nieuwe borst. Vandaag de gouden standaard voor eigenweefselreconstructies.

DNA

Een molecule die drager is van het erfelijk materiaal in alle levende cellen. Deze molecule is de dirigent van iedere cel in ons lichaam. Een exacte kopie is aanwezig in elke cel van ons lichaam, behalve in de kankercel. De kankercel heeft fouten in de molecule die zijn abnormale gedrag verklaren.

Drain

Een slangetje dat achterblijft in de wonde na de operatie om het wondvocht af te voeren.

Dubbelzijdige borstamputatie

Beide borsten verwijderen tijdens een operatie. Zie ook 'mastectomie'.

Ductaal

Afkomstig van de melkgangen tussen de klieren die melk produceren en de tepel.

Ductaal carcinoom in situ

Afgekort ook wel DCIS genoemd. Een voorstadium van borstkanker in de melkgang, zonder door de bindweefsellaag rond de melkgang te breken. De kankercellen kunnen zich nog niet vlot verspreiden, aangezien ze zich in nog een kapsel bevinden. Breken de cellen door de bindweefsellaag, dan ontstaat een Ductaal Invasief Carcinoom (DCI).

Ductogram

Een röntgenfoto met contrastvloeistof van de melkgangen in je borst.

Dunnenaaldaspiratie

Vloeistof of cellen opzuigen met een dunne naald.

E
Echogeleide biopsie

Een biopsieprocedure die met echografie het verdachte gebied in beeld brengt om weefsel weg te nemen voor onderzoek in het laboratorium.

Echogeleide biopsie

Een biopsieprocedure die met echografie het verdachte gebied in beeld brengt om weefsel weg te nemen voor onderzoek in het laboratorium.

Echografie

Een beeld met ultrasone geluidsgolven, een soort radar voor je lichaam. De golven kunnen wij als mens niet horen, maar ze dringen door in weefsels die ze terugkaatsen en opvangen. Dat proces wordt vervolgens omgezet in beeld.

Echografie

Een beeld met ultrasone geluidsgolven, een soort radar voor je lichaam. De golven kunnen wij als mens niet horen, maar ze dringen door in weefsels die ze terugkaatsen en opvangen. Dat proces wordt vervolgens omgezet in beeld.

Eerstegraadsfamilie

Je eerstegraadsfamilieleden zijn je ouders, broers of zussen en kinderen. Als een van hen borstkanker doormaakt, zeker op vroege leeftijd, dan kan dit wijzen op een verhoogd (familiaal) risico voor jou om ook borstkanker te ontwikkelen.

Eerstelijnsbehandeling

De eerste reeks van behandelingen die je als lotgenoot krijgt. Als deze behandelingen niet volstaan om de tumor onder controle te houden, kan een tweedelijnsbehandeling opgestart worden.

Endocriene therapie

Hormoontherapie. Behandeling die de werking van hormonen tegengaat en de hoeveelheid hormonen in je lichaam verlaagt (aromataseremmers) of de hormoonreceptoren blokkeert (anti-oestrogeen). Zie ook 'antihormoontherapie'.

Enzymen

Een eiwit dat een reactie in je lichaam mogelijk maakt of versnelt, zonder zelf opgebruikt te worden of te veranderen.

Erfelijk

Een overdraagbaar kenmerk van ouders op hun kinderen.

ER-positief

Oestrogeengevoelig. ER-positieve tumoren hebben een oestrogeenreceptor en gebruiken oestrogeen als brandstof om te groeien. Hormoongevoelige borstkanker kan bestreden worden met antihormoontherapie.

Erytheem

Roodheid van de huid.

Etiologie

De oorzaak van een bepaalde ziekte of aandoening, en de studie van het ontstaan van die aandoeningen.

Euthanasie

Opzettelijk levensbeëindigend handelen waarbij een dokter bepaalde middelen toedient op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt bij uitzichtloos en ondraaglijk lijden.

Exemestane (Aromasin)

Medicatie, een soort van aromatase-remmer. Vorm van antihormoontherapie.

Expander

Een zakje van kunststof geplaatst onder de borstspier. Drie tot vier maanden lang wordt het week na week gevuld met water om je huid na een borstamputatie langzaam op te rekken. Zo ontstaat ruimte onder de huid voor een implantaat of een borstreconstructie met lichaamseigen weefsel.

F
Familie-anamnese

De voorgeschiedenis van ziekte in je familie die je aan de dokter kunt vertellen. Tijdens de anamnese vertel je wanneer welke familieleden een bepaalde aandoening hebben doorgemaakt. Deze anamnese dient om de erfelijkheid van een aandoening na te gaan.

Femara (Letrozol)

Medicatie, een soort van aromatase-remmer. Vorm van antihormoontherapie.

Fenotype

Een waarneembaar kenmerk van een organisme, als resultaat van genetische aanleg en de invloed van de omgeving.

Fibreus

Opgebouwd uit bindweefsel, vezelig weefsel. Fibreus weefsel ontstaat bij littekenvorming.

Fibroadenoom

Goedaardige tumor, zonder enig risico, die bestaat uit klieren en bindweefsel (dat organen verbindt en omhult). Het voelt bij een klinisch onderzoek of zelfonderzoek als een stevig, rond, glad knobbeltje.

Fibrose

Littekenweefsel, opgebouwd uit bindweefsel. Dit kan ontstaan na een operatie of na radiotherapie.

Fijnenaaldaspiratie

Vloeistof of cellen opzuigen met een dunne naald.

Focaal

Op een welbepaalde, beperkte plaats.

Fysiologische zoutoplossing

Water dat hetzelfde zoutgehalte heeft als vloeistoffen in je lichaam.

G
Galactogram

Een speciaal type mammografie met contrast om de melkkanalen in beeld te brengen. Het onderzoek kan helpen om de oorzaak van abnormale vloeistof uit de tepel op te sporen.

Gen

Een stukje erfelijk materiaal (DNA) dat een bepaalde functie heeft in je lichaam.

Generisch

Een geneesmiddel dat dezelfde chemische stof bevat als een origineel geneesmiddel, gemaakt nadat het patent verstrijkt. Generische geneesmiddelen zijn daardoor vaak goedkoper, omdat ze veel minder onderzoekskosten vergen.

Geneticus

Een dokter gespecialiseerd in erfelijkheid, die je raadpleegt als je meer zicht wilt hebben op jouw genetische of erfelijke risico op borstkanker.

Genetische belasting

Jouw erfelijke aanleg om een ziekte te krijgen.

Genetische testen

Jouw genetische code bepalen. Onderzoeken om te bepalen of je erfelijk een groter risico hebt op borstkanker.

Genexpressie

De activiteit van een gen.

Genexpressietest

Een test die bepaalt hoe actief bepaalde genen zijn in tumorweefsel. Dat kan bijvoorbeeld iets zeggen over hoe agressief een tumor is.

Genmutatie

Een verandering in jouw erfelijk materiaal. Die kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat een cel ongeremd groeit en dat dat proces niet meer in goede banen geleid wordt, waardoor een tumor kan ontstaan.

Genoom

Al ons DNA (erfelijk materiaal).

Genprofiel

Het patroon van alle genen in je DNA. Een genprofiel kan helpen om te ontdekken waarom bepaalde mensen een ziekte krijgen en andere niet, of anders reageren op een medicijn.

Gepersonaliseerde geneeskunde

Iemand behandelen op basis van de unieke genetische kenmerken van zijn tumor of van tumorkenmerken die een behandeling op maat mogelijk maken.

Gerichte behandeling

Een behandeling die zich specifiek richt op de tumorcellen en zo weinig mogelijk op de andere cellen van het lichaam.

Goedaardig

Niet kwaadaardig, geen kanker.

Goedaardige tumor

Een tumor die niet doordringt in andere weefsels en niet kan uitzaaien. Een goedaardige tumor veroorzaakt meestal erg weinig schade.

Graad

De differentiatiegraad duidt aan hoe veel de tumorcellen afwijken van gezonde cellen. Hoe beter gedifferentieerd, hoe minder kwaadaardig en snelgroeiend meestal. De indeling loopt van I tot III. De patholoog bepaalt dit.

Gynaecoloog

Een dokter die gespecialiseerd is in vrouwengeneeskunde.

H
HER2/Neu-eiwit

Een eiwit op de wand van een cel dat mee de celgroei regelt. HER2-positieve tumoren hebben te veel van die eiwitten (overexpressie), waardoor de kankercellen kunnen groeien en uitzaaien. HER2-therapie blokkeert hun werking.

Herceptine

Anti-HER2-therapie. De medicatie hecht zich aan de HER2/Neu-receptoren op de kankercellen en blokkeert zo hun werking, waardoor ze groeien en uitzaaien van kankercellen tegenwerkt.

Hersenscan

Beelden van je hersenen. Een hersenscan kan uitzaaiingen in je hersenen aan het licht brengen.

Herval

Terugkeer van kanker na de behandeling. Bij lokaal herval is dit op dezelfde plaats als de oorspronkelijke kanker. Regionaal herval betekent een terugkeer in je lymfeklieren vlakbij de oorspronkelijke plaats. Herval op afstand betekent dat de kanker terugkeert in andere delen van je lichaam, verder van de oorspronkelijke plaats.

Histologisch onderzoek

Onderzoek onder de microscoop naar het uitzicht van weefsel. Bij histologisch onderzoek worden kankercellen onderscheiden van normale cellen.

Hoofdhuidkoeling

Een gekoelde muts op je hoofd vóór, tijdens en na een chemobehandeling om haarverlies te verminderen. De koude muts doet de bloedvaten in je hoofd samentrekken, waardoor de chemo niet tot in de haarwortels kan doordringen. Zie ook 'cold cap' of 'ijskap'.

Hormonen

Chemische stoffen die ons lichaam aanmaakt en die werken als boodschappers. Via receptoren op cellen lokken ze reacties uit in weefsels of tumorcellen.

Hormoongevoelige borstkanker

Een type borstkanker waarbij de tumor groeit onder invloed van de vrouwelijke geslachtshormonen oestrogeen en/of progesteron. Ook 'hormoonpositief' genoemd.

Hormoonreceptor

Een eiwit op de celwand dat een signaal doorgeeft van buitenaf aan de cel. Hormonen binden zich aan een hormoonreceptor op een cel en geven die zo een signaal om te delen en te groeien. Antihormoontherapie kan hun werking blokkeren.

Hormoonreceptorstatus

Geeft aan hoe fel een borstkankercel reageert op de vrouwelijke geslachtshormonen oestrogeen en progesteron. Hoe hoger het percentage, hoe beter de tumor zal reageren op antihormoontherapie.

Hormoontherapie

Een behandeling die de werking van hormonen tegengaat en de hoeveelheid hormonen in je lichaam verlaagt (aromataseremmers) of de hormoonreceptoren blokkeert (anti-oestrogeen). Zie ook 'antihormoontherapie'.

Huidsparende mastectomie

Een borstamputatie waarbij de huidflap van de borst bewaard wordt voor de borstreconstructie. Als de reconstructie niet gelijktijdig plaatsvindt, wordt een ‘expander’ geplaatst.

Huid-vetflap-reconstructie

Eigenweefsel-borstreconstructie waarbij een nieuwe borst wordt gemaakt met weefsel van je buik, rug, dijen of billen.

Hyperplasie

Een abnormale toename van cellen in een bepaald gebied. Hyperplasie betekent niet dat je kanker hebt, maar als de cellen snel groeien of abnormaal zijn, is je risico op kanker ontwikkelen groter.

I
IJskap

Een gekoelde muts op je hoofd vóór, tijdens en na een chemobehandeling om haarverlies te verminderen. De koude muts doet de bloedvaten in je hoofd samentrekken, waardoor de chemo niet tot in de haarwortels kan doordringen. Zie ook 'hoofdhuidkoeling' of 'cold cap'.

Immunotherapie

Een behandeling die je eigen afweersysteem (immuunsysteem) versterkt en inzet om de tumorcellen te bestrijden. Zie ook ‘immuuntherapie’.

Immuunreactie

Een reactie van het afweersysteem van je lichaam op indringers (zoals bacteriën en virussen, of tumorcellen).

Immuunsysteem

Het complexe systeem waarmee je lichaam weerstand biedt tegen infecties en ziektes.

Immuuntherapie

Een behandeling die je eigen afweersysteem (immuunsysteem) versterkt en inzet om de tumorcellen te bestrijden. Zie ook ‘immunotherapie’.

Implantaat

Lichaamsvreemd materiaal dat chirurgisch in je lichaam ingebracht wordt, zoals een borstprothese van silicone die na een borstamputatie onder je huid wordt aangebracht om je borstkas opnieuw een welving te geven.

Incidentie

Het aantal nieuwe diagnoses van een ziekte in een bepaald tijdskader.

Incisiebiopsie

Een stukje weefsel wegnemen via een sneetje, om te onderzoeken in het laboratorium.

Infiltrerend

Binnendringend of doordringend in de bindweefsellaag rond de tumor. Een infiltrerende tumor groeit door in andere, omliggende weefsels. Zie ook 'invasief'.

Informed consent

Een verklaring van vrijwillige toestemming om een medische handeling uit te voeren of voor deelname aan een studie. Je krijgt alle informatie over behandelingsopties begrijpbaar uitgelegd, zodat je alles goed begrijpt vóór je instemt met de behandeling of het onderzoek.

In situ

Een term die letterlijk "ter plaatse" betekent. De tumor is nog niet binnengedrongen in de bindweefsellaag rond de tumor.

Intraductaal

In de melkgangen.

Intraveneus (IV)

De toediening van vloeistof of medicatie in een ader.

Invasief

Binnendringend of doordringend in de bindweefsellaag rond de tumor. Een invasieve tumor groeit door in andere, omliggende weefsels. Zie ook 'infiltrerend'.

J
K
Kanker

Een algemene term voor meer dan 100 ziektes waarbij kwaadaardige cellen zich ontwikkelen. Die cellen delen abnormaal snel en kunnen zich verspreiden in het hele lichaam.

Kapselvorming

De vorming van een kapsel. Bij een borstimplantaat kan littekenweefsel zich vormen rond het implantaat in de vorm van een kapsel, door de reactie van je lichaam op het vreemde voorwerp.

Kinesist

Een fysiotherapeut of kinesitherapeut laat je oefeningen doen of masseert om problemen met je botten, gewrichten of spieren te voorkomen of te behandelen.

Klierweefsel

Verzameling van kliercellen. Een kliercel scheidt stoffen af zoals speeksel (speekselklier), moedermelk (borstklier) of hormonen (schildklier).

Klinisch onderzoek

Een onderzoek waarbij je dokter een deel van je lichaam bekijkt en bevoelt om symptomen van een aandoening op te sporen.

Klinische studie

Een studie met patiënten, waarbij getest wordt hoe ze reageren op een nieuwe test, een medicijn of een behandeling.

Knobbeltje

Een bolvormige verharding in je lichaam. Een groep cellen die dichter samenhangt dan het borstweefsel errond. Knobbeltjes kun je al dan niet voelen en kunnen goed- of kwaadaardig zijn.

Kwaadaardige tumor

Een tumor die doordringt in andere weefsels en kan uitzaaien. Kwaadaardige cellen wijken af van normale cellen en kunnen ongeremd blijven groeien en zich verspreiden.

Kwadrant

Een van de vier gelijke delen van een cirkel. Bij borstkanker wordt de precieze locatie van een borstprobleem vaak aangeduid volgens het kwadrant of deel van de borst waarin het zich bevindt.

L
Lactatie

Productie van melk in de borst.

Laesie

Letsel, afwijking.

Latissimus dorsi flap-reconstructie

Een borstreconstructie met de grote rugspier (m. Latissiumus Dorsi). De spier wordt naar voor gebracht om een borst te vormen, eventueel met een borstimplantaat onder.

LCI

Invasief Lobulair Carcinoom. Een type borstkanker waarbij de kankercellen ontstaan in de melkklier en niet in de melkgang zoals bij een Invasief Ductaal Carcinoom.

LCIS

Lobulair Carcinoom In Situ. Een voorstadium van borstkanker dat ontstaat in de melkklier, maar dat niet altijd uitgroeit tot borstkanker.

Letrozole (Femara)

Medicatie, een soort van aromatase-remmer. Een vorm van antihormoontherapie.

Leukocyten

Witte bloedcellen. Verschillende types cellen in je bloed die je lichaam helpen om zich te verdedigen tegen bacteriën, virussen, parasieten en vreemd weefsel zoals abnormale of tumorcellen. Bepaalde behandelingen (zoals chemotherapie) kunnen het aantal witte bloedcellen terugdringen en maken een lotgenoot zo vatbaarder voor infecties. Zie ook 'witte bloedcellen'.

Leukopenie

Daling van het aantal witte bloedcellen in je bloed.

Levenslang risico

Het risico dat je bijvoorbeeld borstkanker krijgt, gezien over je volledige leven.

Lobule

Melkklier.

Lobulair

Afkomstig van de melkklierkwabjes waar de melk wordt geproduceerd.

Lokaal herval

Terugkeer van kanker na de behandeling op dezelfde plaats als de oorspronkelijke kanker.

Lotgenoot

Een persoon die getroffen is door borstkanker. De ziekte treft 1 vrouw op 8. 1 lotgenoot op 100 is een man.

Lumpectomie

Een operatie waarbij alleen de tumor en een veilige rand borstweefsel uit de borst verwijderd wordt. De borst blijft dus zo veel mogelijk behouden. Zie ook 'borstsparende operatie'.

Lymfatische invasie

Kankercellen zijn doorgedrongen in de lymfevaten.

Lymfe

Vloeistof in de lymfevaten, die eventuele afvalproducten afvoert.

Lymfedrainage

Een behandeling door een kinesitherapeut om vochtophoping in je arm of borst te doen verminderen na een operatie of bestraling.

Lymfeklier

Filters in de lymfebanen, waar kankercellen vaak opgevangen worden.

Lymfevatenstelsel

Het systeem van lymfevaten en lymfebanen dat de lymfe vervoert tot aan het hart.

Lymfoedeem

Vochtophoping van lymfevocht in je arm of borst. Ontstaat vaker na een okselklieruitruiming of bestraling van de okselklieren.

M
MAI-factor

Mitotische ActiviteitsIndex. Een cijfer dat uitdrukt hoe vaak cellen in een weefsel delen. Hoe hoger het getal, hoe sneller de tumorcellen delen en hoe agressiever ze zijn.

Maligne

Kwaadaardig. Een kwaadaardige tumor dringt door in andere weefsels en kan uitzaaien. Kwaadaardige cellen wijken af van normale cellen en kunnen ongeremd blijven groeien en zich verspreiden.

Mammacarcinoom

Borstkanker, een tumor in de borst.

Mammografie

Beeldvorming van je borst met röntgenstralen die verdachte plekken in beeld kan brengen. Voor een mammografie wordt je borst platgedrukt tussen twee platen voor een zo goed mogelijk beeld. Een mammografie voor het Bevolkingsonderzoek Borstkanker heet een 'screeningsmammografie'.

Mammotest

De benaming voor een screeningsmammografie in Franstalig België. De bevoegde instanties nodigen vrouwen tussen 50 en 69 jaar elke 2 jaar uit voor een Mammotest of screeningsmammografie.

Marge

De grootte van de rand gezond weefsel rond de tumor verwijderd tijdens een operatie. Een vrije marge of veilige snijrand betekent dat geen kankercellen te vinden zijn aan de rand van het weggenomen weefsel.

Mastectomie

De volledige borst verwijderen tijdens een operatie. Zie ook 'borstamputatie'.

Mastitis carcinomatosa

Een zeldzame en agressieve vorm van borstkanker die lijkt op een ontsteking van de borst en zich snel verspreidt doorheen de hele borst.

Melkgang

Een buisvormige structuur in je borst die melk brengt van de melkklier naar de tepel. Melkkanalen groeperen zich in clusters. Een tumor van de melkgang wordt ductaal genoemd.

Melkklier

Klier in je lichaam die melk produceert na de bevalling. Een tumor van de melkklier wordt lobulair genoemd.

Mammacarcinoom

Borstkanker, borstcarcinoom

Menarche

Je eerste menstruatie. Vroege menstruatie (voor 12 jaar) is een risicofactor voor borstkanker, mogelijks omdat het betekent dat je langer blootgesteld wordt aan het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen.

Menopauze

De periode waarin je menstruatie voorgoed uitblijft en je eierstokken minder hormonen aanmaken. De menopauze doet meestal haar intrede eind de 40 of begin de 50, maar kan ook vroeger optreden door eierstokken weg te nemen of door chemotherapie.

Metastase

Uitzaaiing, waarbij kwaadaardige kankercellen groeien buiten de borst. Bij borstkanker komen metastasen het meest voor in de botten, lever, longen en in de hersenen. Zie ook “uitzaaiing’.

Metastatische borstkanker

Stadium IV-borstkanker waarbij borstkankercellen zich verspreid hebben voorbij je borst en lymfeklieren, in je botten, lever, longen of hersenen.

Microarray-test

Een nieuwe test die de activiteiten van genen in tumorweefsel nakijkt. Het geeft inzicht in het risico op herval met eventuele uitzaaiingen.

Microcalcificaties

Heel kleine kalkspikkeltjes die als witte stipjes te zien zijn op een mammografie en kunnen wijzen op de aanwezigheid van een kwaadaardige tumor. Verder onderzoek is vaak nodig.

Micrometastases

Microscopisch kleine uitzaaiingen, waarbij kwaadaardige kankercellen die groeien buiten de borst alleen microscopisch vast te stellen zijn.

Microvasculaire chirurgie

Een operatie waarbij kleine bloedvaten onder de microscoop met elkaar verbonden worden, bijvoorbeeld bij een borstreconstructie met eigen weefsel.

Mitose

Celdeling. Hoe meer celdelingen, hoe sneller en agressiever een tumor groeit.

MOC

Multidisciplinair Oncologisch Consult. Verschillende borstkankerspecialisten overleggen samen over de best mogelijke aanpak van je ziekte.

Morbiditeit

Het percentage van de bevolking met een bepaalde ziekte, maar ook de beperking na een ziekte of operatie.

Mortaliteit

Sterftepercentage. Het aantal overlijdens door een ziekte per 100.000 inwoners per jaar.

MRI

Magnetic Resonance Imaging. Sterke magnetische velden maken met behulp van computers gedetailleerde 3D-beelden van je lichaam.

Multicentrisch borstcarcinoom

Gelijktijdig meer dan één primaire borsttumor. De tumoren hebben zich dus los van elkaar gevormd.

Multidisciplinair team

Een team van zorgverleners met verschillende kennis. Denk maar aan dokters, verpleegkundigen, kinesisten, psychologen … die lotgenoten begeleiden vanuit hun expertise, en zo de ruggengraat vormen van de kwaliteitsvolle zorg in de borstkliniek.

Multifocaal mammacarcinoom

Borstkanker met meer dan een tumor, ontstaan uit eenzelfde primaire tumor.

Mutatie

Plotse verandering in je erfelijk materiaal of genen, waardoor één of meerdere eigenschappen veranderen. Mutaties zorgen ervoor dat normale cellen evolueren naar kankercellen.

N
Naaldbiopsie

Een stukje weefsel wegnemen met een naald.

Neoadjuvant

Een behandeling die wordt gegeven vóór de operatie die de tumor verwijdert. Het doel is om de tumor te verkleinen om een operatie mogelijk te maken, of om te zien of en hoe een behandeling aanslaat.

Neoplasme

De vorming van nieuw weefsel, goed- of kwaadaardig.

Neuropathie

Een vreemd, brandend, pijnlijk, verdoofd, tintelend of zwak gevoel door beschadiging van zenuwen of ziekte.

Neutropene koorts

Koorts bij mensen met een ernstig gebrek aan witte bloedcellen, met name van neutrofielen. Dit gebrek aan witte bloedcellen kan een neveneffect zijn van chemotherapie. Bij koorts tijdens chemotherapie moet je onmiddellijk contact opnemen met je arts of oncologieverpleegkundige.

Neveneffecten

Ongewenste gevolgen van een medicijn of andere behandeling, naast het bedoelde effect op de tumor. Denk maar aan haarverlies bij chemotherapie en vermoeidheid door radiotherapie.

Niet-invasief

De aanwezigheid van kankercellen in de borst zonder dat ze doorbreken doorheen de bindweefsellaag. De kankercellen kunnen zich nog niet vlot verspreiden omdat ze zich in een kapsel bevinden. Een niet-invasieve tumor is wel kwaadaardig, maar groeit toch (nog) niet door in andere weefsels.

Nucleaire beeldvorming

Domein binnen de medische beeldvorming dat gebruik maakt van radioactieve stoffen om beelden te maken.

Nuclearist

Dokter gespecialiseerd in nucleaire geneeskunde, die beelden interpreteert en bepaalde ziekten behandelt met radioactieve stoffen.

Nucleus

De celkern die het genetisch materiaal (DNA) bevat. De grootte en vorm van een celkern bestuderen onder een microscoop helpt pathologen om goedaardige cellen te onderscheiden van kankercellen.

Nullipara

De medische benaming voor een vrouw die nog nooit bevallen is.

O
Oedeem

Ophoping van vocht in weefsel, waardoor het weefsel zwelt.

Oestradiol

Een vrouwelijk geslachtshormoon uit de groep van de oestrogenen. De hoeveelheid oestradiol gemeten in je bloed kan een indicatie geven over de periode in de menstruatiecyclus waarin je je bevindt. Het kan ook mee bepalen of je al in de menopauze bent.

Oestrogeen

Vrouwelijke geslachtshormonen die een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van de vrouwelijke geslachtskenmerken, het reguleren van de menstruele cyclus en bij zwangerschap. Bij oestrogeengevoelige borstkanker stimuleert net dit hormoon de groei van de tumor.

Oestrogeenreceptor (ER)

Een eiwit in cellen dat het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen aan zich bindt, waardoor de cel kan groeien. Bij oestrogeengevoelige borstkanker bindt oestrogeen via de oestrogeenreceptor aan de cel en stimuleert het zo de borstkankercel tot groei.

Okselklieruitruiming

Een ingreep waarbij de lymfeklieren uit de oksel verwijderd worden.

Oncoloog

Een dokter gespecialiseerd in kanker vaststellen en behandelen.

Oncoplastische chirurgie

Een operatie waarbij de chirurg probeert om de vorm en contour van de borst zo veel mogelijk te behouden, bijvoorbeeld door het litteken te verbergen langs de tepelrand of door de tumorholte op te vullen door het klierweefsel te remodelleren.

Opvolging

Na je behandeling komt de opvolging: een reeks afspraken waarbij de zorgverleners van de borstkliniek opvolgen hoe het met jou gaat en controleren of de ziekte niet terugkeert.

Osteoporose

Een aandoening waarbij je botmassa en de sterkte van je botten vermindert. Osteoporose kan leiden tot botbreuken. De ziekte komt vooral voor bij vrouwen na de menopauze, maar sommige kankerbehandelingen kunnen het proces versnellen.

Overbehandeling

Borstkanker behandelen die eigenlijk geen behandeling nodig heeft, bijvoorbeeld omdat de tumor heel traag groeit, en nooit problemen zou veroorzaken. Vandaag kunnen we die tumoren nog niet altijd goed onderscheiden, waardoor alle tumoren behandeld worden.

Overdiagnose

Borstkanker vaststellen die geen behandeling nodig heeft, bijvoorbeeld omdat de tumor heel traag groeit, en nooit problemen zou veroorzaken.

Overexpressie

Wordt gezegd van een kenmerk dat meer voorkomt in een kankercel dan normaal, bijvoorbeeld overexpressie van het HER2/Neu-eiwit.

Overlevingspercentage

Het aantal lotgenoten dat nog leeft een aantal jaar na een borstkankerdiagnose. We spreken meestal van vijfjaarsoverleving of tienjaarsoverleving, omdat genezing moeilijk te bepalen is: soms hervallen lotgenoten jaren na hun behandeling.

P
Pathologisch bevestigd

Een diagnose die bevestigd is door de patholoog.

Paget - de ziekte van

Schilferige rode huiduitslag aan de tepel die wijst op een onderliggende borstkanker in de melkgangen naar de tepel. De ziekte wordt vaak verward met andere huidaandoeningen zoals eczeem of psoriasis De ziekte van Paget wordt op dezelfde manier behandeld als DCIS.

Palliatief

Een stadium van kanker waarin behandeling bedoeld is om pijn te verlichten, klachten te beperken en de levenskwaliteit te verbeteren, maar niet meer bedoeld is om de ziekte te genezen.

Palpabel

Voelbaar. Soms is een tumor in de borst niet voelbaar als knobbel, maar wel zichtbaar op een mammografie of MRI.

Palpatie

Onderzoeken door met de hand te voelen.

Pathologie

Ziekteleer. De studie van het ontstaan en verloop van ziektes.

Patholoog

Een dokter die weefsels bestudeert in het laboratorium om te bepalen of ze al dan niet aangetast zijn door ziekte.

PCM

Prophylactic Contralateral Mastectomy. Preventieve amputatie van de andere borst.

PET-scan

Een beeldvormingsonderzoek met een kleine dosis radioactieve suiker, waardoor een scanner in beeld kan brengen welke delen van je lichaam meer suiker opnemen, iets wat kankercellen net doen. Zo kan een PET-scan kankercellen in beeld brengen.

PICC

Een lange katheter ingebracht via een ader van je arm. Het is een toegangsweg tot de bloedbaan om langere tijd medicatie toe te dienen zonder telkens opnieuw te moeten prikken.

Placebo

Een middel dat geen werkzame stoffen bevat, maar waarvan alleen al het feit dat je iets inneemt een positief psychologisch effect heeft en zo je genezing helpt.

Plastisch chirurg

Een dokter gespecialiseerd in kosmetische en reconstructieve operaties, zoals een borstreconstructie.

Plastische chirurgie

Een operatie om de vorm of de functie van een orgaan of lichaamsdeel te herstellen. Dat kan met eigen weefsel, protheses of donorweefsel.

Poortkatheter (Port-a-cath)

Een toegangsweg tot de bloedbaan in twee delen: een katheter die in een grote ader wordt gebracht en een reservoir vlak onder de huid (onder het sleutelbeen). Het reservoir kan aangeprikt worden om bloed te nemen of medicatie te geven. Het is een toegangsweg om langere tijd medicatie toe te dienen zonder telkens opnieuw te moeten prikken.

Poortwachtklier

De eerste lymfeklier in de oksel, waarnaar lymfevocht uit de borst het eerst draineert, en dus ook de eerste lymfeklier waarin borstkankercellen kunnen belanden. Zie ook 'Schildwachtklier' of 'Sentinelklier'.

Positieve snijrand

In de rand van het weefsel dat de chirurg tijdens de operatie wegneemt, vindt de patholoog nadien alsnog tumorcellen. Dat betekent dat niet de hele tumor verwijderd is.

Postmenopauzaal

Na de menopauze of overgang.

Postoperatief

Na de operatie.

Precisiegeneeskunde

Iemand behandelen op basis van de unieke genetische kenmerken van zijn/haar tumor of van tumorkenmerken die een behandeling op maat mogelijk maken. Zie ook 'gepersonaliseerde geneeskunde'.

Premenopauzaal

Voor de menopauze of overgang.

Preoperatief

Voor de operatie.

Preventie

Ziektes of neveneffecten voorkomen.

Preventieve borstamputatie

Een borstamputatie vóór je borstkanker krijgt, omdat je persoonlijke risico op borstkanker erg hoog is. Denk maar aan mensen met een BRCA-genmutatie. Deze keuze is erg persoonlijk en kun alleen jij maken.

Primaire tumor

De tumor waarmee de ziekte begonnen is. Het type kanker wordt bepaald op basis van het orgaan waar de eerste tumor voorkomt. Is dat de borst, dan blijft het borstkanker – ook als je uitzaaiingen hebt in bijvoorbeeld de botten.

Progesteron

Vrouwelijk geslachtshormoon dat een belangrijke rol speelt bij het ontwikkelen van de vrouwelijke geslachtskenmerken, het reguleren van de menstruele cyclus en bij zwangerschap. Bij progesterongevoelige borstkanker stimuleert net dit hormoon de groei van de tumor.

Progesteronreceptor

Een eiwit in cellen dat het vrouwelijke geslachtshormoon progesteron aan zich bindt, waardoor de cel kan groeien. Bij progesterongevoelige borstkanker bindt progesteron via de progesteronreceptor aan de cel en stimuleert het zo de borstkankercel tot groei.

Prognose

De voorspelling of verwachting hoe waarschijnlijk het is dat je geneest en hoe groot het risico is dat de ziekte terugkeert.

Progressie

Groei van een bestaande tumor of ontstaan van nieuwe tumorhaarden.

Proliferatie

Vermenigvuldigen of toenemen in aantal. Bij cellen gebeurt dit door celdeling.

Prothese

Een kunstmatig hulpmiddel ter vervanging of correctie van een lichaamsdeel, zoals een borstprothese, die je draagt onder je kledij na een borstoperatie, of die tijdens een borstreconstructie onder je huid geplaatst wordt.

Protocol

Een plan dat bepaalt welk type behandeling je krijgt bij bepaalde kenmerken van je ziekte en op welk moment.

PR-positief

Progesterongevoelig. PR-positieve tumoren gebruiken progesteron als brandstof om te groeien. Hormoongevoelige borsttumoren kunnen bestreden worden met antihormoontherapie.

Punctie

Vloeistof of cellen opzuigen via een naald. Een punctie in de borst gebeurt vaak als op mammografie of echografie een verdacht stukje weefsel te zien is.

Q
R
Radioloog

Een dokter die gespecialiseerd is in medische beeldvorming, van röntgenfoto's en mammografieën tot echo's en scans.

Radiotherapeut

Een dokter die gespecialiseerd is in tumoren aanpakken met bestraling.

Radiotherapie

Bestraling. Radiotherapie vernietigt kankercellen voor een operatie, of vernietigt eventueel resterende kankercellen alsnog na de operatie om het risico op herval terug te dringen.

Receptor

Een eiwit op de celwand dat een signaal doorgeeft van buitenaf aan de cel. Bij gevoeligheid voor zo'n receptor kan medicatie die die receptor blokkeert een goede behandeling zijn.

Receptortest

Een onderzoek om te kijken of op tumorweefsel bepaalde eiwitten, receptoren genoemd, aanwezig zijn in grote hoeveelheden. Dat leert of de tumor hormoongevoelig, HER2/Nneu-positief of triple negatief is.

Recidief

Herval, of terugkeer van de kanker.

Reconstructie

Een lichaamsdeel, bijvoorbeeld je borst, met een operatie vervangen (na amputatie) of corrigeren (na een borstsparende operatie). Reconstructies kunnen onmiddellijk na het wegnemen van de tumor of een tijd nadien.

Regressie

Verkleinen of verdwijnen van een tumor, of vermindering van het aantal tumorhaarden.

Relatief risico

De verhouding van twee absolute risico’s. Een voorbeeld: rokers hebben 30 procent risico op een bepaalde ziekte of bijwerking, niet-rokers 10 procent. Dan is het relatieve risico voor rokers 3: rokers hebben dus een 3 keer hoger risico dan niet-rokers op die ziekte of bijwerking.

Remissie

Je bent in remissie als de ziekte en haar symptomen helemaal of gedeeltelijk verdwenen zijn door de behandeling en de ziekte dus onder controle is. Remissie is niet hetzelfde als genezing.

Risicofactor

Alles dat je risico op een ziekte als kanker verhoogt. Voor borstkanker zijn dat bijvoorbeeld familieleden die al borstkanker hadden, vroege menstruatie, late menopauze, weinig beweging en overgewicht.

Rode bloedcellen

Cellen in je bloed die zuurstof brengen naar je lichaamscellen en CO2 helpen afvoeren.

S
Sarcoma

Een kwaadaardige tumor die groeit vanuit bindweefsel, zoals kraakbeen, vet, spieren of botten.

Scan

3D-beeldvorming met röntgenstralen, radioactieve isotopen of magneten om de binnenkant van je lichaam in beeld te brengen.

Schema

Planning voor je behandeling, die aangeeft hoeveel keer, hoe vaak en in welke hoeveelheden je een behandeling moet krijgen.

Schildwachtklier

Eerste lymfeklier in de oksel, waarnaar lymfevocht uit de borst het eerst draineert, en dus ook de eerste lymfeklier waarin borstkankercellen kunnen belanden. Zie ook 'Sentinelklier'.

Schildwachtklierbiopsie

Onderzoek dat de schildwachtklier wegneemt, om te onderzoeken in het laboratorium.

Schildwachtklierprocedure

Procedure die de schildwachtklier zoekt, verwijdert en gedetailleerd onderzoekt in het laboratorium.

Scintigrafie

Een beeldvormingsonderzoek waarbij een radioactieve stof ingespoten wordt.

Screening

Een onderzoek op grote schaal volgens een bepaald schema, om bij mensen die geen symptomen hebben toch een bepaalde ziekte in een vroeg stadium te ontdekken.

Screeningsmammografie

Een röntgenfoto van je borst die verdachte plekken in beeld kan brengen, genomen voor het screeningsprogramma van de overheid: het Bevolkingsonderzoek Borstkanker. Het doel is om borstkanker in een vroeg stadium te ontdekken, nog voor je zelf symptomen waarneemt. Voor een mammografie wordt je borst platgedrukt tussen twee platen voor een zo goed mogelijk beeld.

Secundaire borstkanker

Borstkanker ontstaan door een voorafgaande behandeling, bijvoorbeeld door bestraling.

Sentinelklier

Eerste lymfeklier in de oksel, waarnaar lymfevocht uit de borst het eerst draineert, en dus ook de eerste lymfeklier waarin borstkankercellen kunnen belanden. Zie ook ‘Schildwachtklier’.

Sentinelprocedure

Procedure die de sentinelklier zoekt, verwijdert en gedetailleerd onderzoekt in het laboratorium.

Silicone

Een kunststof die bijvoorbeeld gebruikt wordt in borstimplantaten omwille van zijn flexibiliteit, sterkte en textuur.

Snijranden

Rand van het weefsel dat de chirurg tijdens de operatie wegneemt. De patholoog bekijkt onder de microscoop hoe ver de tumorcellen van het snijvlak verwijderd zijn. Zitten er tumorcellen in het snijvlak, dan is vaak nog een bijkomende operatie nodig.

Stadium

Het stadium van je ziekte, van I tot IV, bepaalt hoe ver de ziekte gevorderd is en wat je behandelingsopties zijn. Het geeft ook een idee over het risico op herval na de behandeling en de gemiddelde overleving. De prognose is over het algemeen beter in een vroeg stadium.

Staging

Het proces om het stadium van de tumor te bepalen en beschrijven. Voor borstkanker houden je artsen rekening met de grootte van de tumor, of regionale lymfeklieren aangetast zijn en of de tumor uitgezaaid is. Het stadium kennen bij de diagnose is belangrijk om de best mogelijke behandeling te bepalen en je kansen in te schatten.

Stereotactische biopsie

Een procedure waarbij een dikke naald een stukje weefsel wegneemt uit de borst onder geleide van mammografiebeelden. Dit onderzoek wordt verricht voor letsels die met echografie niet goed op te sporen zijn.Een procedure waarbij een dikke naald een stukje weefsel wegneemt uit de borst onder geleide van mammografiebeelden. Dit onderzoek wordt verricht voor letsels die met echografie niet goed op te sporen zijn.

Strengvorming

Littekenstrengen in je oksel, na een ingreep aan de oksel, die tot in je armen kunnen doorlopen. Ze leiden vaak tot pijn en beperken de beweging in je schouder.

Submusculaire pocket

Een holte die de chirurg onder de borstspier maakt om er een expander of een siliconen implantaat in te plaatsen.

Symptomatische borstkanker

Borstkanker die waarneembare symptomen veroorzaakt en die je dus kunt zien of voelen.

Systemische therapie

Een behandeling met medicijnen die inwerkt op de cellen in je hele lichaam, zoals chemotherapie, antihormoontherapie of immunotherapie.

T
Tamoxifen (Nolvadex)

Medicatie, een soort van anti-oestrogeen. Tamoxifen heeft geen invloed op de productie van vrouwelijk hormoon, maar wel op de werking in de weefsels. Vorm van antihormoontherapie.

Taxanes

Een type chemotherapie dat oorspronkelijk gemaakt werd op basis van taxus.

Tepelsparende operatie

Een borstoperatie waarbij je tepel en het tepelhof gespaard worden, terwijl het onderliggende borstweefsel verwijderd wordt.

Terminaal

Eindfase van de ziekte, als je niet meer beter kunt worden en aan het einde van het leven staat.

Thermografie

Een onderzoek dat temperatuur in kaart brengt van weefsel. Deze methode is voldoet niet voor borstkankerscreening volgens de wetenschappelijke literatuur.

TNM-classificatie

Indeling van borstkanker op basis van hoe groot de tumor is (T), het aantal aangetaste lymfeklieren (N) en of er uitzaaiingen te vinden zijn elders in je lichaam (M).

Tomosynthese

Een beeldvormingsonderzoek met röntgenstralen dat borstweefsel gedetailleerd in 3D in beeld kan brengen. Tomosynthese is gedetailleerder dan een mammografie, maar kan daarom ook tot meer overdiagnose leiden.

TRAMflap-reconstructie

Borstreconstructie vanuit de buikwand en -spier. Een van je twee rechte buikspieren voorziet de flap van bloed.

Trastuzumab (Herceptine)

Anti-HER2-therapie. De medicatie hecht zich aan HER2/Neu-receptoren op de kankercellen, blokkeert zo hun werking, en werkt zo de groei en het uitzaaien van kankercellen tegen.

Triple diagnostiek

Diagnose van borstkanker op basis van drie verschillende onderzoeken: 1) lichamelijk onderzoek, 2) beeldvorming (mammografie en echografie) en 3) een punctie voor weefsel- of celonderzoek.

Triple-negatieve borstkanker
Tumor

Een knobbeltje of massa, gevormd door aanwezigheid van een abnormaal hoog aantal cellen of abnormaal grote cellen. Een tumor kan zowel goedaardig als kwaadaardig zijn.

Tumorectomie

Een operatie waarbij alleen de tumor en een veilige rand borstweefsel uit de borst verwijderd wordt. De borst blijft dus zo veel mogelijk behouden. Ook ‘borstsparende operatie’ genoemd.

Tumorgraad

De differentiatiegraad duidt aan hoeveel de tumorcellen afwijken van gezonde cellen. Hoe beter gedifferentieerd, hoe minder kwaadaardig en snelgroeiend meestal. De indeling loopt van I tot III. De patholoog bepaalt dit.

Tumormarker

Een detecteerbare stof, meestal eiwit, geproduceerd de tumor of als reactie op de tumor. Tumormarkers kun je meten in bloed, urine, hersenvocht of weefselmateriaal.

Tweedegraadsfamilie

Tweedegraadsfamilieleden zijn je grootouders, kleinkinderen, tantes of nonkels of de kinderen van je broers of zussen. Als zij op vroege leeftijd borstkanker krijgen, kan dat wijzen op een erfelijke oorzaak, maar het risico is minder groot dan bij eerstegraadsverwanten. Verder genetisch onderzoek binnen de familie kan in bepaalde gevallen aangewezen zijn.

U
Uitzaaiingen

Kankercellen groeien buiten de borst en zijn doorgedrongen tot in de lymfeklieren of tot in een ander orgaan in je lichaam. Bij borstkanker komen metastasen het meest voor in de okselklieren, botten, lever, longen en hersenen. Zie ook ‘Metastase’.

Uitzaaiingen op afstand

Kankercellen groeien buiten de borst en zijn doorgedrongen tot in een ander orgaan in je lichaam dat niet aan de borst grenst. Bij borstkanker komen metastasen op afstand het meest voor in de botten, lever, longen en hersenen.Kankercellen groeien buiten de borst en zijn doorgedrongen tot in een ander orgaan in je lichaam dat niet aan de borst grenst. Bij borstkanker komen metastasen op afstand het meest voor in de botten, lever, longen en hersenen.

V
Valsnegatief

Het resultaat van de test duidde ten onrechte aan dat de ziekte niet aanwezig is. Je werd onterecht gerustgesteld. Dat kan door een menselijke of technische fout, of door beperkingen van de test.

Valspositief

Het resultaat van de test duidde ten onrechte aan dat de ziekte aanwezig is. Je werd onterecht ongerust gemaakt. Dat kan door een menselijke of technische fout, of door beperkingen van de test.

Vasculaire invasie

Kankercellen bevinden zich in de bloedvaten in en rond de tumor.Kankercellen bevinden zich in de bloedvaten in en rond de tumor.

Verdacht

Een abnormaliteit die kan wijzen op borstkanker. Je dokter bekijkt welke verdere onderzoeken nodig zijn om te bepalen of het al dan niet borstkanker is.Een abnormaliteit die kan wijzen op borstkanker. Je dokter bekijkt welke verdere onderzoeken nodig zijn om te bepalen of het al dan niet borstkanker is.

Vijfjaarsoverleving

Het percentage lotgenoten dat vijf jaar na de borstkankerdiagnose nog leeft. In België bedroeg dat percentage in 2018 90,4 procent.

Vloeibare biopsie

Een bloedafname waarbij nagegaan wordt of in je bloed stukjes materiaal van een tumor te vinden zijn. Deze techniek staat nog niet op punt voor gebruik buiten klinisch onderzoek.

Vroege borstkanker

De borstkanker die in je lichaam is aangetroffen bevindt zich nog in een vroeg stadium. Dat is goed nieuws voor je kansen op genezing.

Vrije snijranden

In de rand van het weefsel dat de chirurg tijdens de operatie wegneemt, vindt de patholoog nadien geen tumorcellen meer. Dat betekent dat de hele tumor verwijderd is. In de rand van het weefsel dat de chirurg tijdens de operatie wegneemt, vindt de patholoog nadien geen tumorcellen meer. Dat betekent dat de hele tumor verwijderd is.

W
Weefsel

Een verzameling gelijkaardige cellen die samen een bepaalde functie hebben.

Weefselbiopsie

Een onderzoek waarbij een stukje weefsel wordt weggenomen om te onderzoeken in het laboratorium.

Weefselexpander

Een zakje van kunststof geplaatst onder de borstspier. Drie tot vier maanden lang wordt het week na week gevuld met water om je huid na een borstamputatie langzaam op te rekken. Zo ontstaat ruimte onder de huid voor een implantaat of een borstreconstructie met lichaamseigen weefsel.

Witte bloedcellen

Verschillende types cellen in je bloed die je lichaam helpen om zich te verdedigen tegen bacteriën, virussen, parasieten en vreemd weefsel zoals abnormale of tumorcellen. Bepaalde behandelingen (zoals chemotherapie) kunnen het aantal witte bloedcellen terugdringen en maken je zo vatbaarder voor infecties. Zie ook 'leukocyten'.

X
X-stralen

Röntgenstralen. Een vorm van elektromagnetische straling (zoals licht, radiogolven en microgolven) met korte golflengte gebruikt voor medische beeldvorming.

Y
Z
Zelfonderzoek

Je borsten zelf onderzoeken. Je kijkt en voelt of iets aan je borst veranderd is. Zo leer je je borsten goed kennen en merk je het sneller als iets verandert. Als je iets opmerkt, neem dan zo snel mogelijk contact op met een dokter om borstkanker uit te sluiten of vroeg vast te stellen.

Zenuwpijn

Pijn die kan optreden in het geopereerde gebied of aan je arm na een operatie waarbij de gevoelszenuw geraakt wordt, of na borstkankerbehandelingen zoals chemotherapie of radiotherapie. Ook ‘neuropathische pijn’ genoemd.

Ziekte van Paget

Schilferige rode huiduitslag aan de tepel die wijst op een onderliggende borstkanker in de melkgangen naar de tepel. De ziekte wordt vaak verward met andere huidaandoeningen zoals eczeem of psoriasis. De ziekte van Paget wordt op dezelfde manier behandeld als DCIS.

Zoladex (Gosereline)

Antihormoontherapie bij vrouwen die nog niet in de menopauze zijn. De medicatie zorgt ervoor dat vrouwen in de menopauze terecht komen, waardoor de eierstokken stoppen met de productie van vrouwelijke hormonen.Antihormoontherapie bij vrouwen die nog niet in de menopauze zijn. De medicatie zorgt ervoor dat vrouwen in de menopauze terecht komen, waardoor de eierstokken stoppen met de productie van vrouwelijke hormonen.

Zorgkwaliteit.be