nl | en | fr
 0
 
 02/11/2017 Actueel Borstkanker

Bevolkingsonderzoek borstkanker in de lift

Meer vrouwen tussen 50 en 69 gingen in 2016 in op de uitnodiging voor het tweejaarlijkse Bevolkingsonderzoek borstkanker. Met 51,9 % deelnemers deed het onderzoek het in 2016 beter dan in 2015, toen 48,6 % deelnam. Ook de kwaliteit van het onderzoek en de snelheid zijn gestegen. Toch is er nog flink wat werk aan de winkel om het cijfer verder op te krikken.

Hoe sneller borstkanker opgespoord wordt, hoe beter de genezingskansen. Uit een onderzoek van UZ Leuven blijkt dat lotgenoten bij wie borstkanker vastgesteld werd dankzij screening minder therapie nodig hebben. Hun behandeling bestaat minder vaak uit chemotherapie, borstamputaties of okseluitruiming. Daarom is het Bevolkingsonderzoek van levensbelang. Vrouwen tussen 50 en 69 worden elke 2 jaar uitgenodigd voor een mammografie bij hen in de buurt.

Onderzoek van topkwaliteit met steeds sneller resultaat

De grootste troef van het gratis Bevolkingsonderzoek is zijn kwaliteit. Elke mammografie wordt door 2 radiologen onafhankelijk van elkaar bekeken. Blijkt uit vergelijking daarna dat ze het niet eens zijn, dan buigt een 3e radioloog zich over de mammografie. Bovendien vergelijken de radiologen de meest recente opname met die uit het verleden. Dat toont bij twijfel duidelijk of iets veranderd is.

Om die kwaliteit te blijven garanderen zorgt het Centrum voor Kankeropsporing er onder andere voor dat de radiologen blijven groeien dankzij feedback over hun beoordelingen. Tegelijk zet het CvKO in op meer snelheid. Vandaag krijgen 98 % van de deelnemers binnen de veertien dagen na de mammografie het resultaat. Zo wil het Centrum voor Kankeropsporing de periode van bang afwachten na de mammografie zo kort mogelijk houden.

Oog voor wie niet deelneemt

13,7 % van de vrouwen tussen 50 en 69 liet in 2016 op eigen initiatief een mammografie nemen, wat we opportunistische screening buiten het Bevolkingsonderzoek heten. Zij missen de controle door andere radiologen, die in het Bevolkingsonderzoek gegarandeerd is.

Tellen we deze cijfers bij die van het Bevolkingsonderzoek, en houden we rekening met de vrouwen voor wie het Bevolkingsonderzoek niet geschikt is na een diagnose of om een andere reden, dan zien we dat 1 vrouw op 3 uit de doelgroep zich nooit laat screenen. Deze groep vrouwen loopt dus het risico om borstkanker pas in een laat stadium te ontdekken.

Daarom onderzoekt de overheid in 2018 welke groepen niet deelnemen en hoe zij het best te bereiken zijn. Een belangrijke piste is die van de huisarts: wie bijvoorbeeld een globaal medisch dossier heeft, neemt vaker deel aan het onderzoek. Projecten van bijvoorbeeld Domus Medica en Kom op tegen Kanker spitsen zich op de huisartsen toe en bezorgen hen alle informatie over het Bevolkingsonderzoek.

Wist je dat …
  • In Nederland 79 % deelneemt aan het Bevolkingsonderzoek?
  • De leeftijdsgrenzen van 50 en 69 jaar geen toeval zijn? Europa volgt voortdurend onderzoek hierover op om de juiste leeftijdscategorie af te bakenen. Vroeger screenen hoeft niet voor wie geen verhoogd risico loopt op borstkanker. Elke mammografie geeft namelijk straling, en die verhoog je het best niet onnodig.
  • Een mammografie vaker niet goed leesbaar is bij vrouwen jonger dan 50? De samenstelling van hun borsten is anders: ze bevatten in verhouding minder vetweefsel en hebben dus een grotere borstdensiteit. En dat zorgt ervoor dat het beeld niet altijd goed leesbaar is.
  • Zo’n 10.000 vrouwen toch extra mammografiebeelden laten maken tussendoor? Het Centrum voor Kankeropsporing wacht voortaan met een nieuwe uitnodiging tot 2 jaar na de laatste mammografie, om onnodige straling te vermijden.
  • 90 % van het federale budget voor Bevolkingsonderzoeken naar Vlaanderen gaat? 6 % gaat naar Wallonië en Brussel ontvangt 2,5 %.
  • Borstbewustzijn en aandacht hebben voor veranderingen aan je borsten belangrijk blijven? Ook tussen 2 mammografieën in kan borstkanker ontstaan. Als je je borsten kent, voel je het meteen als iets verandert. Op dat moment stap je het best naar je huisarts.