Waarom overkomt mij dit?

Goed om te weten
  • Dé oorzaken die borstkanker doen ontstaan kennen we nog niet.
  • Er zijn een aantal factoren waarvan we weten dat ze het risico op borstkanker verhogen, maar je hebt er niet altijd grip op. Preventie is nooit helemaal mogelijk.
  • Het Bevolkingsonderzoek Borstkanker is gratis als je bij een Belgische mutualiteit bent aangesloten.
  • Heb je een sterk verhoogd risico op borstkanker, dan moet je op beeldvormende onderzoeken geen remgeld betalen.

Fouten in de genen vs. levenswijze

Ons lichaam bestaat uit miljarden bouwstenen: onze cellen. Voortdurend maakt het nieuwe cellen aan door celdeling. Daarbij ontstaan uit één cel twee nieuwe cellen, uit deze twee cellen ontstaan er vier … Gewoonlijk regelt het lichaam de celdeling goed. Elke celkern bevat informatie die de cel een signaal geeft wanneer zij moet delen en wanneer zij daarmee moet stoppen. Die informatie ligt vast in onze genen en wordt doorgegeven van ouder op kind.

Dit erfelijk materiaal (DNA) vind je in de kern van elke lichaamscel. Bij zoveel miljoenen celdelingen per dag kan er eens iets misgaan. Voor een groot deel is dat gewoon vreselijke pech. Maar onze lichaamscellen staan tijdens ons leven ook bloot aan allerlei schadelijke invloeden. Doorgaans herstellen onze reparatiegenen foutjes altijd onmiddellijk, maar soms faalt dat beschermingssysteem. Dan duiken fouten op in genen die de deling, groei en ontwikkeling van een cel regelen. Treden verschillende van dat soort fouten op, dan gaat een cel zich overmatig delen en ontstaat een gezwel of tumor.

Je hoort van alles en nog wat over mogelijke oorzaken van borstkanker. Ik begon dan ook te denken: wat heb ik verkeerd gedaan? Ben ik te dik? Heb ik te weinig gesport? Maar ik ben daar bewust mee gestopt. Het is al erg genoeg dat ik ziek ben, ik wil mezelf niet ook nog een keer een schuldgevoel aanpraten.

Miriam, 63

Het risico dat een ‘doorsnee Belgische vrouw’ borstkanker krijgt in haar leven (gezien over 75 jaar) is ongeveer 12,5 procent, dus 1 op 8. Sommige risicofactoren heb je niet zelf in de hand, zoals je leeftijd of de tijd tussen je eerste menstruatie en de menopauze. Wetenschappelijke studies toonden ook al de negatieve invloed van overtollig lichaamsgewicht en te weinig beweging aan, maar ook van alcohol en roken.

Ook al is dus niet altijd een oorzaak aan te wijzen waarom net jij borstkanker krijgt, het is heel menselijk om op zoek te gaan naar waarom jou dit overkomt. ‘Had ik beter moeten eten? Meer moeten sporten?’ Het is normaal dat je worstelt met die vragen. Weet dat je een paar dingen kunt doen om je risico te verminderen, maar dat het geen waterdicht systeem is. Bij ongeveer de helft van de borstkankers is een risicofactor te vinden, bij de grote helft helemaal niet. Bovendien kun je het risico op borstkanker alleen verkleinen, niet doen verdwijnen. Je hebt dus als het ware gewoon een slecht lot uit de loterij gekregen.

Risicofactoren

Risicofactoren die je niet kunt veranderen
Bad luck speelt helaas een grote rol in het krijgen van borstkanker. Op bepaalde risicofactoren heb je geen invloed. Als je hierover percentages ziet verschijnen, hou dan goed in het achterhoofd dat het om een relatief risico gaat, geen absoluut getal. Het relatieve risico van een risicofactor kan heel hoog zijn en toch van weinig belang zijn, omdat de risicofactor zelf gering is. Het relatieve risico is de kans dat er iets gebeurt binnen een bepaalde groep mensen, vergeleken met een andere groep.

Een duidelijk voorbeeld hiervan is de toename van de kans op een trombose door het nemen van de pil bij een jonge vrouw. Professor Herman Depypere (gynaecoloog UZ Gent): ‘Het basisrisico voor een jonge vrouw om spontaan een trombose te ontwikkelen is 3 op 10.000 vrouwen per jaar. Wie de pil neemt, heeft een relatieve risicotoename van 30 percent. Dat lijkt hoog, toch gaat dit “maar” om 1 trombose meer per 10.000 vrouwen.’

Een absoluut risico is de kans dat iets ongewenst gebeurt binnen een bepaalde tijd, meestal binnen de totale levensduur. Bij borstkanker betekent dat dus dat je als vrouw een absoluut risico hebt van ongeveer 12,5 procent om ooit ziek te worden in je leven.

VROUW ZIJN
Je grootste risicofactor op borstkanker is het feit dat je een vrouw bent. Ook mannen hebben borstklierweefsel en vrouwelijke geslachtshormonen, maar hun risico op borstkanker is honderd keer kleiner. In 2018 kregen 11.009 Belgen de diagnose borstkanker: 10.905 vrouwen en 104 mannen.

LEEFTIJD
Driekwart van de vrouwen met borstkanker is ouder dan 50 jaar. Hoe ouder je wordt, hoe meer risico je loopt om borstkanker te krijgen.

AANLEG EN ERFELIJKHEID
Bij ongeveer 5 procent van de lotgenoten spelen erfelijke factoren een rol. Dat is dus veel minder dan we soms denken. In 10 tot 20 procent van de gevallen is er wel een duidelijke familiale belasting, en zijn er verschillende andere familieleden met borstkanker, maar kan er geen erfelijke factor aangetoond worden.

EEN EERDERE (GOEDAARDIGE) BORSTAANDOENING
Vrouwen die al eens een hormoongevoelige borstkanker hadden in het verleden, hebben een verhoogd risico op herval of op het ontwikkelen van kanker in de andere borst: bij 17 à 26 procent van die vrouwen ontstaat binnen twintig jaar voor de tweede keer borstkanker, bleek uit een studie gepubliceerd in de New England Journal of Medicine.

‘Ook sommige goedaardige borstaandoeningen verhogen het risico op een kwaadaardige aandoening, zoals atypische ductale hyperplasie (ADH) of atypische lobulaire hyperplasie (ALH). Dit is geen borstkanker maar een goedaardige celgroei met in de melkafvoergangen of klierlobjes een afwijkend uiterlijk onder microscoop’, vertelt professor Wiebren Tjalma (medisch coördinator van de borstkliniek in UZA). ‘De controles in het ziekenhuis worden daarop aangepast: deze vrouwen zullen wij dan van meer nabij opvolgen.’

HORMONEN
De vrouwelijke geslachtshormonen oestrogeen en progesteron beïnvloeden de ontwikkeling van hormoongevoelige borstkanker. Daarbij geldt in grote lijnen: hoe korter de periode dat de eierstokken oestrogeen produceren en hoe eerder die is onderbroken, hoe kleiner het risico op borstkanker. Vrouwen hebben een verhoogd risico op borstkanker als ze:

  • vroeg menstrueerden (voor 12 jaar), vooral in combinatie met een late overgang (na 55 jaar);
  • geen kinderen hebben gekregen;
  • pas na hun 35e jaar een zwangerschap hebben voldragen;
  • de anticonceptiepil nemen. Het risico verdwijnt weer een paar jaar na het stoppen.

Lang bestond er (onterecht) paniek over hormoonsubstitutietherapie (HST) bij menopauzeklachten: die vervangt de vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogeen, progesteron of beide) die niet meer geproduceerd worden door de 
eierstokken en kan in vele gevallen een uitkomst bieden. Toch gebruikt maar een tiende van de vrouwen met klachten HST, voornamelijk door een verouderde studie. Een Amerikaanse studie uit 2002 toonde dat er door het gebruik van HST 30 procent meer borstkankers voorkwamen. Vandaag worden het onderzoek, en vooral de manier waarop de resultaten werden geïnterpreteerd, bekritiseerd.

‘In absolute cijfers betekent dit niet veel. In een groep van 1.000 vrouwen van 50 jaar, zullen er in één jaar 2,3 van hen borstkanker krijgen. Die 30 procent komt neer op 0,7 borstkankers meer’, vertelt professor Herman Depypere (gynaecoloog UZ Gent). ‘Wat men vaak niet beseft is dat een vrouw die 5 kilo bijkomt of die dagelijks twee glazen alcohol drinkt ook 30 procent meer risico heeft op borstkanker.’

Ook bleek uit een studie van 2004 dat het risico op borstkanker met 30 procent daalt bij wie enkel oestrogeen krijgt in plaats van een combinatie van oestrogeen en progesteron. ‘Maar deze studie kreeg geen aandacht en bijgevolg lopen heel wat vrouwen al jaren de voordelen van HST mis, omdat gynaecologen onterecht angst hebben voor een sterk verhoogd borstkankerrisico’, aldus professor Depypere. Die toename van 30 procent ging bovendien over het gebruik van synthetische hormonen: die bestaan al meer dan 20 jaar niet meer in België. ‘De moderne hormonen zijn borstveilig. Als men door het innemen van hormonen niet bijkomt in gewicht en wat meer sport, kan de kans op borstkanker zelfs verminderen.’

Het risico op borstkanker wordt dan weer lager als je op jonge leeftijd zwanger werd, verschillende zwangerschappen doormaakte en langer borstvoeding gaf.

BORSTDENSITEIT
Ook de samenstelling van je borst heeft een invloed op je borstkankerrisico. Vrouwen met een hoge borstdensiteit hebben meer klier- en bindweefsel dan vetweefsel. En dat is een belangrijke risicofactor voor borstkanker. Helaas is het niet iets dat je van buitenaf kunt zien. Een radioloog of computerprogramma moet dit beoordelen via mammografiebeelden. 

Onderzoek: reproductieve factoren, fijnstof en borstdensiteit
Welke factoren spelen een rol in het ontstaan van borstkanker? Onderzoekers van UZ Leuven en UHasselt gaan in hun studie op zoek naar het antwoord. Daarvoor krijgen ze financiële steun van het SMART Fonds van Think Pink. Een hoge borstdensiteit (na 50 jaar) kan het risico op het ontwikkelen van borstkanker doen toenemen. In deze studie wordt onderzocht of er een verband is tussen leefgewoontes, fijnstof en reproductieve factoren (zoals zwangerschap, borstvoeding, eerste menstruatie, hormoongebruik …) en borstdensiteit.

Vrouwen die in het kader van het Bevolkingsonderzoek Borstkanker hun tweejaarlijkse mammografie lieten nemen, vulden vragen in over levensstijlfactoren. Een deel van deze groep leverde ook een urinestaal in (voor de beoordeling blootstelling fijnstof). Uit de eerste data bleek dat vrouwen die een vroege eerste zwangerschap hadden, rond 25 à 26 jaar, een lagere borstdensiteit hebben in de menopauze. Later werden deze resultaten bevestigd in een grotere studiegroep. Die resultaten werden begin 2021 gepubliceerd in Cancer Research. De relaties van andere reproductieve factoren en fijnstof met een hogere borstdensiteit worden nog verder onderzocht.

MILIEUVERVUILING
Steeds meer onderzoek suggereert dat luchtvervuiling en fijnstof – door auto’s, fabrieken, houtkachels … - risicofactoren zouden zijn voor kanker, ook borstkanker. Ook plastic verpakkingen in de voedselketen en de milieuvervuiling die daarmee gepaard gaat, kunnen op termijn gevolgen hebben voor de gezondheid. ‘Dat zou te maken hebben met vervuilende stoffen die op moleculair niveau op oestrogeen lijken en zo de groei van borstkankercellen stimuleren’, zegt dokter Philippe Van Trappen (gynaecoloog-oncoloog in AZ Sint-Jan).

CHRONISCHE STRESS
Het is niet zo dat stress tot kanker leidt. Wel tast chronische stress op termijn je immuunsysteem aan. Als dat minder goed functioneert, reageert je lichaam minder alert als zich tumorcellen ontwikkelen. ‘In zeldzame gevallen zien we soms herval na tien jaar en blijkt dat de patiënt net op emotioneel vlak iets ernstigs heeft meegemaakt. Een overlijden of een zware scheiding bijvoorbeeld. Immuunfactoren kunnen waarschijnlijk voor een deel de reactivatie van kankercellen verklaren, maar we weten daar nog weinig over’, zegt dokter Philippe Van Trappen (gynaecoloog-oncoloog in AZ Sint-Jan).

Risicofactoren waarop je wel invloed hebt
Inspelen op beïnvloedbare risicofactoren kan je risico op borstkanker verkleinen. Dat betekent uiteraard niet dat je jezelf een borstkankerdiagnose kwalijk kunt nemen. Wat jou overkomen is, gebeurde buiten jouw wil om. Het kan je wel houvast geven voor een aangepaste levensstijl tijdens en na je borstkankerbehandeling. Misschien wil je de info ook wel meegeven aan mensen om je heen.

Pas op met de fabeltjes die rondgaan: nee, beugelbeha’s dragen of deodorant uit spuitbussen gebruiken, veroorzaakt geen borstkanker. Ook veel piekeren geeft geen aanleiding tot kanker.

BEWEGING
Lichaamsbeweging vermindert het risico op borstkanker bij vrouwen na de menopauze. Elk uur lichaamsbeweging per week verlaagt dat risico met 3 tot 8 procent. Bij 5 uur lichaamsbeweging per week zou je dus ongeveer 20 
procent minder risico hebben op borstkanker.

Beweging zou zowel indirect als direct beschermen tegen borstkanker. Indirect omdat het helpt om een gezond gewicht te behouden, maar ook direct omdat het helpt je hormoonspiegel gezond te houden en bijdraagt tot een 
sterk immuunsysteem.

Recent onderzoek toont ook aan dat fysieke activiteit de grootste verandering is die je kunt maken in je levensstijl om het risico op herval te verkleinen.

‘Elke dag een half uur bewegen is al goed’, vertelt professor Marc Peeters (diensthoofd oncologie in UZA). Daarvoor hoef je niet naar de sportschool. ‘Alle matige intensieve activiteiten – waarbij je het na een tijdje een béétje warm krijgt en waarbij je hartslag iets omhoog gaat, maar waarbij je intussen nog wel kunt praten – tellen mee.’

Voorbeelden zijn: stevig wandelen, fietsen, rustig baantjes zwemmen, of klussen zoals de auto wassen, het gras afrijden of bladeren harken in de tuin.

Tips om meer te bewegen: 

  • Zorg dat het leuk is: doe het samen met vrienden en wissel je activiteiten af. 
  • Maak er een gewoonte van door altijd op een vast tijdstip te wandelen, tijdens je lunchpauze bijvoorbeeld.
  • Het kan helpen om je wandelbreaks op te delen: twee keer een kwartier of drie keer tien minuten.
  • Maak je beweegervaring extra leuk door te lopen, fietsen, wandelen of yoga te doen met Think Pink. Ontdek al onze beweegevenementen.

LICHAAMSGEWICHT
‘Je buikomtrek bij de taille zegt wat over je risico op kanker.’ Zo verwoordt de Nederlandse KWF Kankerbestrijding het verband tussen lichaamsgewicht en kanker. Vrouwen met overgewicht hebben 17 procent kans op borstkanker, in plaats van de ‘gewone’ 12,5 procent. Dit verhoogde risico bestaat dus vooral na de menopauze. En vrouwen aan de onderkant van de BMI-grens lopen minder risico op borstkanker.
 

Te veel lichaamsvet kan de hoeveelheid van bepaalde hormonen, waaronder oestrogeen, in ons lichaam beïnvloeden. Vrouwelijke geslachtshormonen die zouden kunnen zorgen voor een verhoogd risico op borstkanker.

Waar het een feit is dat overgewicht en obesitas het kankerrisico kunnen verhogen, is het omgekeerde ook waar. Een gezond gewicht, een gezond en evenwichtig voedingspatroon en voldoende fysieke activiteit kunnen het risico op borstkanker tot 30 procent helpen verlagen.

VOEDING
Het precieze verband tussen voeding en kanker is nog niet helemaal duidelijk. Als we de wereldwijde spreiding van borstkanker bekijken, lijkt het alsof omgevingsgerelateerde factoren zoals voeding een rol spelen bij het ontstaan 
van borstkanker. Om welke voedingsmiddelen het dan zou gaan, is nog niet bekend. Meer dan om wát je eet, zou het gaan om het aantal calorieën dat je binnenkrijgt en de gevolgen daarvan op je BMI. Algemeen raden dokters een meer mediterraans dieet aan: gezond en gevarieerd, met veel groenten en fruit, vis en plantaardige onverzadigde vetten zoals olijfolie, waarbij gewichtscontrole belangrijk is.

ALCOHOL
Drie of meer glazen alcohol per dag verhogen het risico op borstkanker met ongeveer 15 procent, maar weet dat al bij een glas per dag het risico op borstkanker verhoogd is. Dit zou komen doordat alcohol de hormoonhuishouding 
beïnvloedt en ons DNA kan beschadigen. Wat je drinkt, maakt niet uit. Het schadelijke zit in de alcohol zelf. Zoek voor jezelf een evenwicht tussen alcohol vermijden en genieten van het leven.

ROKEN
Roken is nadelig voor veel kankers en waarschijnlijk ook voor borstkanker. Uit een grote Britse cohortstudie weten we dat het risico op invasieve borstkanker hoger is voor rokers dan voor niet-rokers, vooral bij vrouwen die al op jonge 
leeftijd begonnen zijn met roken of die familiaal belast zijn met borstkanker. Die resultaten moeten echter nog bevestigd worden door verder onderzoek.

Roken kan ook nadelige gevolgen hebben voor je behandeling. Wie rookt en radiotherapie krijgt, verhoogt het risico op longkanker fors. Bovendien is roken ook erg nefast voor borstreconstructies met eigen weefsel. Het risico op complicaties na een ingreep is hoger bij vrouwen die roken. Volg dus zeker het advies van je artsen om meteen te stoppen met roken. Je kunt altijd de hulp van een tabakoloog inschakelen. Meer info vind je op tabakstop.be.

Borstkankerscreening via het Bevolkingsonderzoek Borstkanker

Volgens een Nederlandse studie zou ongeveer een kwart van alle borstkankergevallen na de menopauze kunnen vermeden worden door een aangepaste levensstijl. Maar wat je ook doet en hoe gezond je ook leeft, je risico op borstkanker tot nul herleiden is onmogelijk. Wat wel mogelijk is: borstkanker vroeg opsporen om je genezingskansen zo groot mogelijk te houden.

Uit onderzoek blijkt dat één methode daarvoor het meest geschikt is op dit moment: een tweejaarlijkse mammografie die beoordeeld wordt door meerdere radiologen, met strenge kwaliteitsgarantie. Voor vrouwen tussen 50 en 69 organiseert de overheid daarom een gratis screeningssysteem: de zogenaamde screeningsmammografie (Vlaanderen) of Mammotest (Brussel en Wallonië).

Waarom deelnemen?

Dankzij borstkankerscreening via het Bevolkingsonderzoek Borstkanker kunnen kleine letsels in de borst aan het licht komen voor je ze kunt zien of voelen. Het doel is dus om borstkanker op te sporen in een vroeg stadium, vóór symptomen opduiken. Een vroege behandeling geeft de beste genezingskansen.

Bij regelmatige deelname aan het Bevolkingsonderzoek Borstkanker is 32,2 procent van de gevonden borstkankers kleiner dan 1 centimeter en 73,3 procent van de kankers wordt gevonden in stadium I of in situ, dus nog niet uitgezaaid in de omliggende weefsels. Van die kankers worden acht op de tien met een borstsparende operatie behandeld.

Hoe deelnemen?

In Vlaanderen stuurt het Centrum voor Kankeropsporing (CvKO) elke twee jaar een uitnodiging voor het Bevolkingsonderzoek Borstkanker naar vrouwen tussen 50 en 69 jaar. Ook een arts kan zo’n screeningsmammografie voorschrijven. In de uitnodiging vind je een voorstel voor een afspraak in een mammografische eenheid in je buurt, met vermelding van een datum en uur. Past die afspraak niet, dan kun je makkelijk bellen naar het gratis nummer 
0800 60 160 voor een nieuwe afspraak.

Na een dubbele borstamputatie, een borstkankerdiagnose in de laatste tien jaar of een recente mammografie (minder dan twee jaar geleden) krijg je geen uitnodiging. Is dat bij jou het geval, maar kreeg je toch een uitnodiging? 
Verwittig dan gratis het CvKO.

In Brussel en Wallonië ontvang je automatisch een uitnodigingsbrief. Daarbij vind je een lijst met erkende mammografische eenheden waar je zelf telefonisch een afspraak kunt maken voor een Mammotest. Belangrijk is dat je de term ‘Mammotest’ duidelijk vermeldt. Alleen dan is het onderzoek gratis.
 

Hoe verloopt het onderzoek?

Lees thuis alvast de bijgevoegde folder. Op de dag van de afspraak neem je de uitnodigingsbrief, je identiteitskaart en eventueel vroegere mammografieën mee en meld je je aan bij de mammografische eenheid. De verpleegkundige stelt je een paar vragen – bijvoorbeeld of je al eerder een mammografie liet nemen – en legt uit wat een mammografie inhoudt. Jij kunt haar jouw vragen over het onderzoek stellen. Geld hoef je niet mee te nemen, want de screeningsmammografie of Mammotest is gratis als je in orde bent met de verplichte Belgische ziekteverzekering. Het hele onderzoek, van uitkleden tot aankleden, duurt ongeveer een half uur.

Daarna bekijken twee radiologen de foto’s afzonderlijk, voor twee ‘lezingen’. Die dubbele onafhankelijke lezing is bepalend voor de hoge kwaliteit die het Bevolkingsonderzoek Borstkanker je garandeert. Nadien worden de twee aparte beoordelingen vergeleken. In 95 procent van de gevallen komen de beoordelingen overeen. Is er een tegenstrijdig resultaat, dan bekijkt een derde radioloog de mammografie. Zo komen eventuele afwijkingen aan het licht die gemist werden tijdens de andere lezingen en vermijden ze ook onnodige bijkomende onderzoeken.

Het resultaat

Binnen de twee weken krijg je thuis bericht over het resultaat. Je arts wiens naam je hebt doorgegeven, krijgt het resultaat ook. In Brussel ontvangt alleen je huisarts een bericht. Contacteer hem of haar dus voor het resultaat.

Er zijn twee mogelijke uitslagen:

  • Er is geen afwijking gezien (96 procent). Twee jaar later word je opnieuw uitgenodigd voor een screeningsmammo.
  • Er wordt een afwijking gezien (vier procent). Bijkomend onderzoek (echografie, MRI, biopsie …) is nodig om te weten of het om vals alarm gaat. Dat is niet gratis. Bij de meeste van deze vrouwen maken de onderzoeken duidelijk dat ze geen borstkanker hebben.
Voordelen en beperkingen

Dankzij het Bevolkingsonderzoek Borstkanker en betere behandelingen overlijden minder vrouwen aan borstkanker dan tien jaar geleden. Elke twee jaar een screeningsmammografie vanaf 50 jaar biedt momenteel de beste kans om borstkanker vroeg op te sporen. Zoals elk systeem heeft het Bevolkingsonderzoek Borstkanker voordelen en beperkingen. De beslissing om deel te nemen ligt uiteraard bij jou, maar het is belangrijk dat je juist en volledig geïnformeerd bent, zodat je een weloverwogen beslissing kunt nemen.

Voordelen

  • Dankzij een screeningsmammografie kan borstkanker vroeger opgespoord worden, nog vóór je de verandering kunt zien of voelen, of andere symptomen opduiken.
  • Vroegtijdig opgespoorde borstkanker is makkelijker en beter te behandelen. 
  • Vroegtijdige opsporing verhoogt de kans op een goede prognose. 9 op de 10 vrouwen met borstkanker in ons land zijn na vijf jaar nog in leven.
  • Als de screeningsmammografie geen tekens van borstkanker aan het licht brengt, ben je gerustgesteld.
  • Een deel van het effect van de screening is dat vrouwen zich bewuster worden van borstkanker, waardoor ze meer kijken naar en voelen aan hun borsten en sneller naar de dokter gaan.

Beperkingen

  • Het risico bestaat dat een borstkanker wordt gevonden die je zonder screening nooit zou opmerken omdat hij bijvoorbeeld heel traag groeit. Dat noemen we overdiagnose. Vandaag kunnen we overdiagnosekankers nog niet onderscheiden van de kankers die wel problemen veroorzaken. Daarom worden alle vastgestelde borstkankers behandeld, terwijl dat bij de overdiagnosekankers eigenlijk niet nodig is.
  • Is op de mammografie iets verdachts te zien, dan bekijkt je dokter welke vervolgonderzoeken je het best laat uitvoeren. Bij drie vrouwen op vier blijkt na die extra onderzoeken dat ze geen borstkanker hebben. Dat noemen we een valspositief resultaat. Het zorgt voor onnodige ongerustheid en kosten.
  • Ondanks alle voorzorgsmaatregelen wordt soms borstkanker vastgesteld in de twee jaar na een normale screening. Dat gebeurt bij ongeveer drie op duizend gescreende vrouwen. Het kan dat die kanker nog niet bestond op het moment van de screening, nog te klein was om te zien, of wel te zien was maar gemist werd. Omdat laatste te vermijden, bekijken twee radiologen onafhankelijk van elkaar de mammografiebeelden. Stemmen hun bevindingen niet overeen, dan bekijkt een derde radioloog ze. Zo wordt het risico op een valsnegatief resultaat tot een minimum beperkt.
  • Daarom blijft het belangrijk om aandacht te hebben voor veranderingen in je borst(en) tussen twee screeningsmammografieën door. Merk je een mogelijk borstkankersymptoom op, neem dan meteen contact op met je huisarts.
  • Het resultaat van de screening wordt in bijna 100 procent van de gevallen binnen de twee weken verstuurd, en in 95 procent zelfs al binnen de week. Toch moet je meerdere dagen wachten op het resultaat. Dat kan je zenuwachtig maken.
  • Voor het onderzoek wordt een lage dosis röntgenstraling gebruikt. Er is een klein risico dat die op termijn borstkanker kan veroorzaken. De dosissen zijn vandaag zo laag dat ze zo goed als ongevaarlijk zijn voor de leeftijdscategorie waarin de screening nu gebeurt.
  • Een mammo kan onaangenaam en pijnlijk zijn, omdat je borsten worden samengedrukt tussen twee platen. Toch is het voor een bevolkingsonderzoek momenteel de beste methode om borstkanker te ontdekken.
Veelgestelde vragen over het bevolkingsonderzoek borstkanker

Wat als ik een sterk verhoogd risico op borstkanker heb?

 Het Bevolkingsonderzoek Borstkanker richt zich tot vrouwen die geen borstproblemen hebben en ook geen sterk verhoogd borstkankerrisico. Jouw risico is sterk verhoogd als je een levenslang borstkankerrisico van 30 procent of 
meer hebt.

Daarvoor zijn wettelijke criteria bepaald. Daarin speelt enerzijds jouw gezondheid een rol, en anderzijds de gezondheid van je familieleden. Belangrijk zijn: 

  • eerstegraadsfamilieleden langs moeders- en vaderskant: je mama, zus of kind;
  • tweedegraadsfamilieleden langs moeders- en vaderskant: je oma, halfzus, kleinkind, tante of nicht.

Met familieleden die verder van je af staan, zoals overgrootouders of achterneven, hoef je hier geen rekening te houden.

Jouw risico op borstkanker is sterk verhoogd als: 

  • minstens twee dichte familieleden (van wie minstens 1 eerstegraadsfamilielid) borstkanker kregen op een gemiddelde leeftijd van minder dan 50 jaar;
  • drie familieleden borstkanker kregen op een gemiddelde leeftijd van minder dan 60 jaar;
  • minstens vier familieleden (van wie minstens twee eerstegraadsfamilieleden) borstkanker kregen;
  • minstens vier familieleden langs vaderszijde borstkanker kregen toen ze jonger waren dan 60 jaar;
  • je borstkanker hebt (gehad), of atypische ductale of lobulaire hyperplasie werd vastgesteld. Dat is een plaatselijke toename van de cellen in de afvoergangen of klierlobjes met een afwijkend uiterlijk bij microscopisch onderzoek;
  • jij of een familielid eierstokkanker heeft (gehad); 
  • je een genetische aandoening hebt die het risico op kanker verhoogt, zoals Li-Fraumenisyndroom of Cowden disease;
  • jij of je mama, zus of kind een BRCA1- of BRCA2-genmutatie heeft; 
  • een familielid binnen de twee jaar aan beide borsten borstkanker heeft (gehad);
  • een mannelijk familielid tot de tweede graad borstkanker heeft (gehad); 
  • een familielid een sarcoom heeft (gehad) jonger dan 45 jaar; 
  • een familielid bijnierschorskanker heeft (gehad) op kinderleeftijd; 
  • je een behandeling met mantelveldbestraling of radiotherapie aan de borstkas kreeg.

Herken je jezelf hierin? Neem dan contact op met je huisarts. Die helpt kijken of verdere stappen nodig zijn.

Goed om te weten: als je borstkankerrisico sterk verhoogd is, hoef je voor beeldvormende onderzoeken van je borsten geen remgeld te betalen.

Waarom geen jaarlijkse screeningsmammografie?
Een jaarlijkse mammografie stelt je onnodig bloot aan röntgenstralen. Daarom is het nu aanbevolen om niet vaker dan elke twee jaar een mammografie te laten maken, bij voorkeur een screeningsmammografie met haar kwaliteitsgarantie.

Waarom geen screeningsmammografie voor vrouwen jonger dan 50 jaar?
Bij vrouwen jonger dan 50 jaar komt borstkanker minder vaak voor. Bovendien is voor hen nooit bewezen dat screening met mammografie de overleving verbetert. Dat komt waarschijnlijk omdat zij gemiddeld een hogere borstdensiteit hebben: borsten bevatten meer klierweefsel voor dan na de menopauze. Dat maakt een mammografie minder leesbaar.

Ook al is de dosis van de straling heel laag, toch blijven het op je borst gerichte röntgenstralen. Mammografieën voor je vijftigste verhogen het risico op kanker net veroorzaakt dóór die straling. Bovendien is borstweefsel bij jongere vrouwen gevoeliger voor röntgenstralen.

Waarom geen screeningsmammografie voor vrouwen ouder dan 69 jaar?
Ook bij vrouwen ouder dan 69 jaar komt borstkanker nog veel voor. Na 69 jaar kan borstkankerscreening nuttig zijn, maar in ons land is het dan niet meer gratis. De overheid heeft gekozen om haar middelen toe te spitsen op de leeftijdscategorie die het meest baat heeft bij een screeningsmammografie: tussen 50 en 69 jaar. Dat betekent niet per se dat een mammografie niet nuttig kan zijn na 69 jaar. In bijvoorbeeld Nederland en Frankrijk kunnen vrouwen tot 74 jaar deelnemen aan het bevolkingsonderzoek.

Waarom dan de huidige leeftijdslimiet? Die heeft veel te maken met hoe belastend een borstkankerbehandeling is. Wie een goede levensverwachting heeft, heeft baat bij een behandeling. Maar wie nog minder jaren voor zich heeft, kan in die tijd meer lijden door de mogelijke schadelijke gevolgen van een borstkankerbehandeling dan door de borstkanker zelf. Vanaf 69 jaar sterven minder vrouwen aan borstkanker in vergelijking met andere doodsoorzaken.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een groot deel van de bevolking sterft met een kanker die nooit werd vastgesteld en dus nooit ongemakken veroorzaakte. De behandeling kan meer lijden veroorzaken, zonder daarom de levensverwachting of levenskwaliteit te verbeteren. De nadelen van screening wegen vanaf 69 jaar dus meer door dan de voordelen.

Waarom niet systematisch een echografie voorzien in het Bevolkingsonderzoek Borstkanker?
Een echografie is een mogelijk aanvullend onderzoek, uitgevoerd als de screeningsmammografie op iets verdachts wijst. Echo’s brengen veel afwijkingen aan het licht die na verder onderzoek geen kanker blijken te zijn. Vals alarm kan angst veroorzaken en kan leiden tot onnodige bijkomende onderzoeken zoals een biopsie of punctie.

Een aanvullende echografie kan wel nodig zijn als je een te hoge borstdensiteit hebt. Op een mammografie kan het vele klierweefsel een eventueel letsel in je borst verbergen. Een echografie kan dat dan wel aan het licht brengen.

Wat als je tussen twee screeningsmammografieën een verandering vaststelt aan je borst?
Het is mogelijk dat een kanker niet wordt vastgesteld tijdens de screeningsmammografie of dat die zich ontwikkelt tussen twee screeningsmammografieën. Het is dus belangrijk dat je je borsten goed kent en je huisarts raadpleegt als je een afwijking merkt.

Think Pink moedigt screening aan

Een internationale adviesgroep van kankerspecialisten uit zestien verschillende landen buigt zich regelmatig over de voor- en nadelen van borstkankerscreening. Het IARC (International Agency for Research on Cancer) bevestigde het belang van screeningsprogramma’s, zoals ze momenteel ook worden uitgevoerd in België. Vrouwen tussen 50 en 69 jaar die via een bevolkingsonderzoek regelmatig worden gescreend op borstkanker hebben 23 procent minder risico om te overlijden aan de ziekte.

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg zegt dat er in België bij duizend vrouwen tussen 50 en 59 die zich tien jaar lang laten screenen, drie sterfgevallen vermeden worden. Bij 60-jarigen zijn dat vier vermeden sterfgevallen per duizend vrouwen die zich tien jaar lang laten screenen. Voor een screening van vrouwen tussen de 40 en 49 jaar is de gezondheidswinst veel beperkter.

Op dit moment loopt wel een internationale studie, MyPeBS, die wil analyseren of een andere screeningsstrategie, gebaseerd op het individuele risico van een vrouw op het ontwikkelen van borstkanker, nog meer voordelen biedt dan de huidige standaardscreening. De onderzoekers zullen 85.000 vrouwen in België, Frankrijk, Israël, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Spanje zonder borstkankervoorgeschiedenis vier jaar lang opvolgen. Het project wordt door de EU gefinancierd.

Op vandaag neemt ongeveer 54 procent van de vrouwen in Vlaanderen uit de doelgroep deel aan het Bevolkingsonderzoek Borstkanker. Daarnaast laat ongeveer 20 procent zich testen via vrije screening. In dat laatste geval is het remgeld voor eigen rekening. 17 procent heeft zich nog nooit laten controleren, de andere 13 procent doet dit niet stelselmatig.

Voor 2019 ligt de participatiegraad aan het Bevolkingsonderzoek Borstkanker in Brussel op 9,6 procent en in Wallonië en de Duitstalige gemeenschap op 5,4 procent. Dat is een bijzonder lage participatiegraad, wat jammer is omdat een vroege opsporing vaak minder zware behandelingen en een veel grotere genezingskans betekent.

Think Pink benadrukt dan ook dat deelname aan het Bevolkingsonderzoek Borstkanker belangrijk is. Als nationale borstkankerorganisatie raden wij vrouwen tussen 50 en 69 jaar die zich níét laten screenen – of niet via het Bevolkingsonderzoek Borstkanker – aan om dat wel te doen. Daarom lanceerde Think Pink in mei 2021 zelf een sensibiliseringscampagne in Brussel en Wallonië.

Meer info over het Bevolkingsonderzoek Borstkanker: 

Ook bij je huisarts kun je terecht voor meer info.