Waarom overkomt mij dit

Fouten in de genen vs. levenswijze

Ons lichaam bestaat uit miljarden bouwstenen: onze cellen. Voortdurend maakt het nieuwe cellen aan door celdeling. Daarbij ontstaan uit één cel twee nieuwe cellen, uit deze twee cellen ontstaan er vier … Gewoonlijk regelt het lichaam de celdeling goed. Elke celkern bevat informatie die de cel een signaal geeft wanneer zij moet delen en wanneer zij daarmee moet stoppen. Die informatie ligt vast in onze genen en wordt doorgegeven van ouder op kind.

Dit erfelijk materiaal (DNA) vind je in de kern van elke lichaamscel. Bij zoveel miljoenen celdelingen per dag kan er eens iets misgaan. Voor een groot deel is dat gewoon vreselijke pech. Maar onze lichaamscellen staan tijdens ons leven ook bloot aan allerlei schadelijke invloeden. Doorgaans herstellen onze reparatiegenen foutjes altijd onmiddellijk, maar soms faalt dat beschermingssysteem. Dan duiken fouten op in genen die de deling, groei en ontwikkeling van een cel regelen. Treden verschillende van dat soort fouten op, dan gaat een cel zich overmatig delen en ontstaat een gezwel of tumor.

Ook al is dus niet altijd een oorzaak aan te wijzen waarom net jij borstkanker krijgt, het is heel menselijk om op zoek te gaan naar waarom jou dit overkomt. ‘Had ik beter moeten eten? Meer moeten sporten?’ Het is normaal dat je worstelt met die vragen. Weet dat je een paar dingen kunt doen om je risico te verminderen, maar dat het geen waterdicht systeem is. Bij ongeveer de helft is een risicofactor te vinden, bij de grote helft helemaal niet. Bovendien kun je het risico op borstkanker alleen verkleinen, niet doen verdwijnen. Je hebt dus als het ware gewoon een slecht lot uit de loterij gekregen.

Je hoort van alles en nog wat over mogelijke oorzaken van borstkanker. Ik begon dan ook te denken: wat heb ik verkeerd gedaan? Ben ik te dik? Heb ik te weinig gesport? Maar ik ben daar bewust mee gestopt. Het is al erg genoeg dat ik ziek ben, ik wil mezelf niet ook nog een keer een schuldgevoel aanpraten.

Miriam, 63
Risicofactoren

Risicofactoren die je niet kunt veranderen
Bad luck speelt helaas een grote rol in borstkanker krijgen. Op bepaalde risicofactoren heb je geen invloed. Hou goed in het achterhoofd als je hierover percentages ziet verschijnen dat het om een relatief risico gaat, geen absoluut getal. Een relatief risico is de verhouding van het risico in een bepaalde groep ten opzichte van datzelfde risico in een andere groep. Een relatief risico van 20 procent betekent dat jouw risico op borstkanker 20 keer groter is dan het algemene risico op borstkanker.

Professor Wiebren Tjalma (medisch coördinator van de borstkliniek in UZA) legt uit: “Nemen we het voorbeeld van hormonale substitutietherapie. Die verhoogt het risico op borstkanker met 25 procent. Maar wat betekent dat concreet? Een gemiddelde vrouw van 50 jaar heeft een risico van 2,8 procent op borstkanker voor haar 60e. Met het relatieve risico van 25 procent voor hormonale substitutie erbij wordt dat 3,5 procent.”

Vrouw zijn
Je grootste risicofactor op borstkanker is het feit dat je een vrouw bent. Ook mannen hebben borstklierweefsel en vrouwelijke geslachtshormonen, maar hun risico op borstkanker is honderd keer kleiner.

Leeftijd
Meer dan 80 procent van de borstkankers komt voor bij vrouwen boven de 50 jaar. Hoe ouder je wordt, hoe meer risico je loopt om borstkanker te krijgen.

Aanleg en erfelijkheid
Bij 5 tot 10 procent van de lotgenoten speelt erfelijkheid een rol. Dat is dus veel minder dan we soms denken.

Een eerdere (goedaardige) borstaandoening
Vrouwen die al borstkanker hadden, hebben een drie- tot viermaal hoger risico op kanker in de andere borst. Bij 15 à 20 procent van de vrouwen die van borstkanker genezen, ontstaat binnen 20 jaar voor de tweede keer borstkanker. Sommige goedaardige borstaandoeningen verhogen het risico op een kwaadaardige aandoening met een factor 2 à 3.

Hormonen
De vrouwelijke geslachtshormonen oestrogeen en progesteron beïnvloeden de ontwikkeling van hormoongevoelige borstkanker. Daarbij geldt in grote lijnen: hoe korter de periode de eierstokken oestrogeen produceren en hoe eerder die is onderbroken, hoe kleiner het risico op borstkanker. Dus hebben vrouwen een verhoogd risico op borstkanker als ze:

  • vroeg menstrueerden (voor 12 jaar), vooral in combinatie met een late overgang (na 55 jaar);
  • geen kinderen hebben gekregen;
  • pas na hun 35e jaar een zwangerschap hebben voldragen;
  • de anticonceptiepil nemen. Het risico verdwijnt weer een paar jaar na het stoppen;
  • hormoonpreparaten gebruiken tegen overgangsklachten. Voor 1.000 vrouwen die 5 jaar lang hormoonpreparaten nemen, krijgt 1 vrouw meer borstkanker.

Het risico op borstkanker wordt dan weer lager als je op jonge leeftijd zwanger werd, verschillende zwangerschappen doormaakte en langer borstvoeding gaf.

Borstdensiteit
Ook de samenstelling van je borst heeft een invloed op je borstkankerrisico. Vrouwen met een hoge borstdensiteit hebben meer klier- en bindweefsel dan vetweefsel. En dat is een belangrijke risicofactor voor borstkanker. Helaas is het niet iets dat je van buitenaf kunt zien, maar dat een radioloog of computerprogramma moet beoordelen via mammografiebeelden.

Invloed van levensstijl op borstdensiteit

Wat zijn mogelijke oorzaken van borstkanker? Dat blijft de hamvraag waar onderzoekers van UZ Leuven en UHasselt achteraan gaan. Daarvoor krijgen ze financiële steun van het SMART Fonds van Think Pink. Via een vragenlijst onderzoeken ze het verband tussen leefgewoontes, voeding of fijnstof en borstdensiteit, een gekende risicofactor voor borstkanker. Vrouwen die hun tweejaarlijkse mammografie lieten nemen, vulden vragen in over levensstijlfactoren van hun geboorte tot vandaag en leverden een urinestaal in. Dat wordt naast hun borstdensiteit gelegd, berekend door een computer. Het doel is nagaan of er een bepaalde factor een rol kan spelen in hogere borstdensiteit, en zo pistes openen voor nieuw onderzoek.

Milieuvervuiling
Steeds meer onderzoek suggereert dat luchtvervuiling en fijnstof – door auto’s, fabrieken, houtkachels … – zou meespelen in kanker krijgen, ook borstkanker. Ook plastic verpakkingen in de voedselketen en de milieuvervuiling die daarmee gepaard gaat, kunnen op termijn gevolgen hebben voor de gezondheid. “Dat zou te maken hebben met vervuilende stoffen die op moleculair niveau lijken op oestrogeen en zo de groei van borstkankercellen stimuleren”, zegt dokter Philippe Van Trappen (gynaecoloog-oncoloog in AZ Sint-Jan).

Chronische stress
Het is niet zo dat stress leidt tot kanker. Wel tast chronische stress op termijn je immuunsysteem aan. Als dat minder goed functioneert, reageert je lichaam minder alert als zich tumorcellen ontwikkelen. “In zeldzame gevallen zien we soms herval na tien jaar en blijkt dat de patiënt net iets ernstig emotioneels heeft meegemaakt. Een overlijden, een zware scheiding. Immuunfactoren kunnen waarschijnlijk voor een deel de reactivatie van kankercellen verklaren, maar we weten daar nog weinig over”, zegt dokter Philippe Van Trappen (gynaecoloog-oncoloog in AZ Sint-Jan).

Risicofactoren waarop je wel invloed hebt
Inspelen op beïnvloedbare risicofactoren kan je risico op borstkanker verkleinen. Dat betekent uiteraard niet dat je jezelf een borstkankerdiagnose kunt kwalijk nemen. Wat jou overkomen is, gebeurde buiten jouw wil om. Het kan je wel houvast geven voor een aangepaste levensstijl tijdens en na je borstkankerbehandeling, en om mee te geven aan mensen om je heen.

Beweging
Lichaamsbeweging vermindert het risico op borstkanker. Elk uur lichaamsbeweging per week verlaagt dat risico met 3 tot 8 procent. Bij 5 uur lichaamsbeweging per week zou je dus ongeveer 20 procent minder risico hebben op borstkanker. Beweging zou zowel indirect als direct beschermen tegen borstkanker. Indirect omdat het helpt om een gezond gewicht te behouden, maar ook direct omdat het helpt je hormoonspiegel gezond te houden en bijdraagt tot een sterk immuunsysteem.

“Elke dag een half uur bewegen is al goed”, vertelt professor Marc Peeters (diensthoofd oncologie in UZA). Daarvoor hoef je niet naar de sportschool. Alle matige intensieve activiteiten – waarbij je het na een tijdje een béétje warm krijgt en je hartslag iets omhoog gaat, maar je intussen nog wel kunt praten – tellen mee. Voorbeelden zijn: stevig wandelen, fietsen, rustig baantjes zwemmen, of klussen zoals de auto wassen, het gras afrijden of bladeren harken in de tuin.

Tips om meer te bewegen
  • Zorg dat het leuk is, doe het samen met vrienden en wissel je activiteiten af.
  • Maak er een gewoonte van. Ga op een vast tijdstip wandelen (tijdens je lunchpauze bijvoorbeeld).
  • Deel het op in twee keer een kwartier of drie keer tien minuten.
  • Maak je beweegervaring extra leuk en loop, fiets of wandel mee met Think Pink. Lees meer over ons beweegprogramma.

Lichaamsgewicht
“Je buikomtrek bij de taille zegt wat over je risico op kanker.” Zo verwoordt de Nederlandse KWF Kankerbestrijding het verband tussen lichaamsgewicht en kanker. 6 procent van alle borstkankers is te wijten aan overgewicht. Overgewicht is vooral een probleem bij vrouwen na de overgang: het risico op borstkanker neemt dan toe met 30 tot 50 procent. Vrouwen met overgewicht na de overgang hebben 17 procent kans op borstkanker, in plaats van de gewone 13 procent. En vrouwen aan de onderkant van de BMI-grens lopen minder risico op borstkanker.

Voeding
Het precieze verband tussen voeding en kanker is nog niet helemaal duidelijk. Als we de wereldwijde spreiding van borstkanker bekijken, lijkt het alsof omgevingsgerelateerde factoren zoals voeding een rol spelen bij het ontstaan van borstkanker. Om welke voedingsmiddelen het dan zou gaan, is nog niet bekend. Meer dan om wát je eet, zou het gaan om het aantal calorieën dat je binnenkrijgt en de gevolgen daarvan op je BMI. Algemeen raden dokters een meer Mediterraans dieet aan: veel groenten en fruit, vis en plantaardige onverzadigde vetten zoals olijfolie.

Alcohol
3 of meer glazen alcohol per dag verhogen het risico op borstkanker met ongeveer 30 procent. Dit komt doordat alcohol de hormoonhuishouding beïnvloedt. Drink niet meer dan 1 glas per dag (voor vrouwen) en 2 glazen (voor mannen). Wat je drinkt, maakt niet uit. Het schadelijke zit in de alcohol zelf. Zoek voor jezelf een evenwicht tussen alcohol vermijden en genieten van het leven.

Roken
Roken is nadelig. Vrouwen die binnen 5 jaar na de eerste menstruatie zijn gaan roken, lopen bijna dubbel zo veel risico op borstkanker als gemiddeld. Dat blijkt uit een onderzoek dat in 2002 werd gepubliceerd in het medische tijdschrift The Lancet. Het gaat hierbij om vrouwen die een flink aantal jaren minstens 20 sigaretten per dag hebben gerookt.

Roken en borstkanker, een slechte combinatie

Roken verhoogt niet alleen je borstkankerrisico, ook voor je behandeling kan het nadelige gevolgen hebben. Wie rookt en radiotherapie krijgt, verhoogt het risico op longkanker fors. Bovendien is roken ook erg nefast voor borstreconstructies met eigen weefsel. Het risico op complicaties na een ingreep is hoger bij vrouwen die roken. Volg dus zeker het advies van je artsen om meteen te stoppen met roken. Je kunt altijd de hulp van een tabakoloog inschakelen. Meer info vind je op tabakstop.be.

Fabel

Nee, beugelbeha’s dragen of deodorant in spuitbussen gebruiken veroorzaakt geen borstkanker. Net als grote borsten hebben of veel piekeren geen aanleiding geven tot kanker.

Borstkankerscreening via het bevolkingsonderzoek borstkanker

Ongeveer een kwart van alle borstkankers kunnen vermeden worden door een aangepaste levensstijl. Maar wat je doet, hoe gezond je ook leeft, je risico op borstkanker tot nul herleiden is niet mogelijk. Wat wel mogelijk is: borstkanker vroeg opsporen om je kansen zo groot mogelijk te houden. Uit onderzoek blijkt dat een methode daarvoor het meest geschikt is op dit moment: een tweejaarlijkse mammografie waarnaar meerdere radiologen kijken, met strenge kwaliteitsgarantie. Voor vrouwen tussen 50 en 69 organiseert de overheid daarom een gratis screeningssysteem: de zogenaamde screeningsmammografie (Vlaanderen) of Mammotest (Brussel).

Waarom deelnemen?

Dankzij borstkankerscreening via het Bevolkingsonderzoek komen kleine letsels in de borst aan het licht voor je ze kunt zien of voelen. Het doel is dus om borstkanker op te sporen in een vroeg stadium, vóór symptomen opduiken. Een vroege behandeling geeft de beste genezingskansen.

Bij regelmatige deelname aan het Bevolkingsonderzoek Borstkanker is 30 procent van de gevonden borstkankers kleiner dan 1 centimeter. Het percentage borstsparende operaties ligt dan ook op 80 procent.

Hoe deelnemen?

In Vlaanderen stuurt het Centrum voor Kankeropsporing (CvKO) elke 2 jaar een uitnodiging voor het Bevolkingsonderzoek Borstkanker naar vrouwen tussen 50 en 69 jaar. Ook een arts kan zo’n screeningsmammografie voorschrijven. In de uitnodiging vind je een voorstel voor een afspraak in een mammografische eenheid in je buurt, met vermelding van een datum en uur. Past die afspraak niet, dan kun je makkelijk bellen naar het gratis nummer 0800 60 160 voor een nieuwe datum.

Na een dubbele borstamputatie, een borstkankerdiagnose in de laatste 10 jaar of een recente mammografie (minder dan 2 jaar geleden) krijg je geen uitnodiging. Is dat bij jou het geval, maar kreeg je toch een uitnodiging? Verwittig dan gratis het CvKO.

Ook in Brussel ontvang je automatisch een uitnodigingsbrief. Daarbij vind je een lijst met erkende mammografische eenheden waar je zelf telefonisch een afspraak kunt maken voor een Mammotest. Belangrijk is dat je de term ‘Mammotest’ duidelijk vermeldt. Alleen dan is het onderzoek gratis.

Hoe verloopt een onderzoek?

Lees thuis alvast de bijgevoegde folder. Op de dag van de afspraak neem je de uitnodigingsbrief, je identiteitskaart en eventueel vroegere mammografieën mee en meld je je aan bij de mammografische eenheid. De verpleegkundige stelt je een paar vragen – bijvoorbeeld of je al eerder een mammografie liet nemen – en legt uit wat een mammografie inhoudt. Jij kunt haar jouw vragen over het onderzoek stellen. Geld hoef je niet mee te nemen, want de screeningsmammografie of Mammotest is gratis als je in orde bent met de verplichte Belgische ziekteverzekering. Het hele onderzoek, van uitkleden tot aankleden, duurt ongeveer een half uur.

Daarna bekijken twee afzonderlijke radiologen de foto’s, voor twee ‘lezingen’. Die dubbele onafhankelijke lezing is bepalend voor de hoge kwaliteit die het Bevolkingsonderzoek Borstkanker je garandeert. Nadien worden die 2 aparte beoordelingen vergeleken. In 95 procent van de gevallen komen de beoordelingen overeen. Is er een tegenstrijdig resultaat, dan bekijkt een derde radioloog de mammografie. Zo komen afwijkingen aan het licht die gemist werden tijdens de eerste lezing, maar vermijden we ook onnodige bijkomende onderzoeken.

Het resultaat

Binnen de twee weken krijg je thuis bericht over het resultaat. Je arts wiens naam je hebt doorgegeven, krijgt het resultaat ook. In Brussel ontvangt alleen je huisarts een bericht. Neem dus contact op voor het resultaat.

Er zijn twee mogelijke uitslagen:

  • Er is geen afwijking gezien (96 procent). 2 jaar later word je opnieuw uitgenodigd voor een screeningsmammo.
  • Er wordt een afwijking gezien (4 procent). Bijkomend onderzoek (echografie, MRI, biopsie …) is nodig om te weten of het om vals alarm gaat. Dat is niet gratis. Bij de meeste van deze vrouwen maken de onderzoeken duidelijk dat ze geen borstkanker hebben.
Voordelen en beperkingen

Door de combinatie van het Bevolkingsonderzoek en een betere behandeling overlijden minder vrouwen aan borstkanker dan 10 jaar geleden. Een screeningsmammografie elke 2 jaar vanaf 50 jaar biedt momenteel de beste kans om borstkanker vroeg op te sporen. Het Bevolkingsonderzoek Borstkanker heeft zoals elk systeem voordelen en beperkingen. De beslissing om deel te nemen ligt uiteraard bij jou, maar het is belangrijk dat je juist en volledig geïnformeerd bent, zodat je een weloverwogen beslissing kunt nemen.

Voordelen

  • Dankzij een screeningsmammografie kan borstkanker vroeger opgespoord worden, nog vóór je de verandering kunt zien of voelen, of andere symptomen opduiken.
  • Vroegtijdig opgespoorde borstkanker is makkelijker en beter te behandelen.
  • Vroegtijdige opsporing verhoogt de kans dat je volledig geneest. 9 vrouwen op 10 met borstkanker genezen in ons land.
  • Als de screeningsmammografie geen tekens van borstkanker aan het licht brengt, ben je gerustgesteld.
  • Een deel van het effect van de screening is dat vrouwen zich bewuster worden van borstkanker, waardoor ze meer kijken naar en voelen aan hun borsten en sneller naar de dokter gaan.

Beperkingen

  • Het risico bestaat dat een borstkanker wordt gevonden die je zonder screening nooit zou opmerken omdat hij bijvoorbeeld heel traag groeit. Dat noemen we overdiagnose. Vandaag kunnen we overdiagnosekankers nog niet onderscheiden van de kankers die wel problemen veroorzaken. Daarom worden alle vastgestelde borstkankers behandeld, terwijl dat bij de overdiagnosekankers eigenlijk niet nodig is.
  • Is op de mammografie iets verdachts te zien, dan bekijkt je dokter welke vervolgonderzoeken je het best laat uitvoeren. Bij drie vrouwen op vier blijkt na die extra onderzoeken dat ze geen borstkanker hebben. Dat noemen we een valspositief resultaat. Het zorgt voor onnodige ongerustheid en kosten.
  • Ondanks alle voorzorgsmaatregelen wordt soms borstkanker vastgesteld in de twee jaar na een normale screening. Dat gebeurt bij ongeveer 2 op 1.000 gescreende vrouwen. Het kan dat die kanker nog niet bestond op het moment van de screening, nog te klein was om te zien, of wel te zien was maar gemist werd. Om dat laatste te vermijden bekijken twee radiologen onafhankelijk van elkaar de mammografiebeelden. Stemmen hun bevindingen niet overeen, dan bekijkt een derde radioloog ze. Zo wordt het risico op een valsnegatief resultaat tot het minimum beperkt.
  • Daarom blijft het belangrijk om attent te blijven voor veranderingen in je borst(en) tussen twee screeningsmammografieën door. Merk je een mogelijk borstkankersymptoom op, neem dan meteen contact op met je huisarts.
  • Het resultaat van de screening wordt in bijna 100 procent van de gevallen binnen de twee weken verstuurd, en vaak zelfs al binnen de week. Toch moet je meerdere dagen wachten op de resultaten. Dat kan je zenuwachtig maken.
  • Voor het onderzoek wordt een lage dosis röntgenstraling gebruikt. Er is een klein risico dat die op termijn borstkanker kan veroorzaken. De dosissen zijn vandaag zo laag dat ze zo goed als ongevaarlijk zijn voor de leeftijdscategorie waarin de screening nu gebeurt.
  • Een mammo kan onaangenaam en pijnlijk zijn, omdat je borsten worden samengedrukt tussen twee platen. Toch is het momenteel de beste methode om borstkanker te ontdekken voor een bevolkingsonderzoek.
Veel gestelde vragen over het bevolkingsonderzoek borstkanker
Wat als je een sterk verhoogd risico op borstkanker hebt?

Het Bevolkingsonderzoek Borstkanker richt zich tot vrouwen die geen problemen hebben aan hun borsten en geen sterk verhoogd borstkankerrisico. Jouw risico is sterk verhoogd als je een levenslang borstkankerrisico hebt van 30 procent of meer.

Daarvoor zijn wettelijke criteria bepaald. Daarin speelt enerzijds jouw gezondheid een rol, en anderzijds de gezondheid van je familieleden. Belangrijk is het verschil tussen eerstegraads familieleden (je mama, zus of kind) en tweedegraads (je oma, halfzus, kleinkind, tante of nicht). Met familieleden die verder van je af staan, hoef je hier geen rekening te houden.

Jouw risico op borstkanker is sterk verhoogd als:

  • minstens 2 dichte familieleden (van wie minstens 1 eerstegraads familielid) borstkanker kregen op een gemiddelde leeftijd van minder dan 50 jaar;
  • 3 familieleden borstkanker kregen op een gemiddelde leeftijd van minder dan 60 jaar;
  • minstens 4 bloedverwanten (van wie minstens 2 eerstegraads familielid) borstkanker kregen;
  • minstens 4 bloedverwanten langs vaderszijde borstkanker kregen toen ze jonger waren dan 60 jaar;
  • je borstkanker (gehad) hebt, of ductale of lobulaire atypische hyperplasie vastgesteld werd;
  • jij of een familielid eierstokkanker (gehad) heeft;
  • je een genetische aandoening hebt die het risico op kanker verhoogt, zoals Li-Fraumenisyndroom of Cowden disease;
  • jij of je mama, zus of kind een BRCA1- of BRCA2-genmutatie heeft;
  • een familielid binnen de 2 jaar aan beide borsten borstkanker (gehad) heeft;
  • een mannelijk familielid tot de tweede graad borstkanker (gehad) heeft;
  • een familielid een sarcoom (gehad) heeft jonger dan 45 jaar;
  • een familielid bijnierschorskanker (gehad) heeft op kinderleeftijd;
  • je een behandeling met “mantelveld”-radiotherapie of radiotherapie aan de borstkas kreeg.

Herken je jezelf hierin? Neem dan contact op met je huisarts. Die helpt kijken of verdere stappen nodig zijn. Goed om weten: als je borstkankerrisico sterk verhoogd is, hoef je voor beeldvormende onderzoeken van je borsten geen remgeld te betalen.

Waarom geen jaarlijkse screeningsmammografie?

Een jaarlijkse mammografie stelt je onnodig bloot aan röntgenstralen. Daarom is het nu aanbevolen om niet vaker dan elke twee jaar een mammografie te maken, bij voorkeur een screeningsmammografie met zijn kwaliteitsgarantie.

Waarom geen screeningsmammografie voor vrouwen jonger dan 50 jaar?

Bij vrouwen jonger dan 50 jaar komt borstkanker minder vaak voor. Bovendien is voor hen nooit bewezen dat screening met mammografie de overleving verbetert. Dat komt waarschijnlijk omdat zij een gemiddeld hogere borstdensiteit hebben: borsten bevatten meer klierweefsel voor dan na de menopauze. Dat maakt een mammografie minder leesbaar.

Ook al is de dosis van de straling heel laag, toch blijven het op je borst gerichte röntgenstralen. Mammografieën voor je vijftigste verhogen het risico op kanker net veroorzaakt dóór die straling. Bovendien is borstweefsel bij jongere vrouwen gevoeliger voor röntgenstralen.

Waarom geen screeningsmammografie voor vrouwen ouder dan 69 jaar?

Ook bij vrouwen na 69 jaar komt borstkanker nog veel voor. Na 69 jaar kan borstkankerscreening nuttig zijn, maar vandaag is het dan niet meer gratis. De overheid heeft gekozen om haar middelen toe te spitsen op de leeftijdscategorie die het meest baat heeft bij een screeningsmammografie: 50 – 69 jaar. Dat betekent niet per se dat een mammografie niet nuttig kan zijn na 69 jaar. In bijvoorbeeld Nederland en Frankrijk kunnen vrouwen tot 74 jaar deelnemen aan het Bevolkingsonderzoek.

Waarom dan de huidige leeftijdslimiet? Die heeft veel te maken met hoe belastend een borstkankerbehandeling is. Wie een goede levensverwachting heeft, heeft baat bij een behandeling. Maar wie nog minder jaren voor zich heeft, kan in die tijd meer lijden door de mogelijke schadelijke gevolgen van een borstkankerbehandeling dan door de borstkanker zelf. Vanaf 69 jaar sterven minder vrouwen aan borstkanker in vergelijking met andere doodsoorzaken. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een groot deel van de bevolking sterft met een kanker die nooit vastgesteld werd en dus nooit ongemakken veroorzaakte. De behandeling kan meer lijden veroorzaken, zonder daarom de levensverwachting of levenskwaliteit te verbeteren. De nadelen van screening wegen vanaf 69 jaar dus meer door dan de voordelen.

Waarom niet systematisch een echografie voorzien in het bevolkingsonderzoek borstkanker?

Een echografie is een mogelijk aanvullend onderzoek, uitgevoerd als de screeningsmammografie op iets verdachts wijst. Echo’s brengen veel afwijkingen aan het licht die na verder onderzoek geen kanker blijken te zijn. Vals alarm kan angst veroorzaken en leiden tot onnodige bijkomende onderzoeken zoals een biopsie of punctie.

Een aanvullende echografie kan wel nodig zijn als je een te hoge borstdensiteit hebt. Het vele klierweefsel kan een eventueel letsel in je borst verbergen op een mammografie. Een echografie kan dat dan wel aan het licht brengen.

Wat als je tussen twee screeningsmammografieën een verandering vaststelt aan je borst?

Het is mogelijk dat een kanker niet vastgesteld wordt tijdens de screeningsmammografie, of dat die zich ontwikkelt tussen twee screeningsmammografieën. Het is dus belangrijk dat je je borsten goed kent, en je huisarts raadpleegt als je een afwijking merkt.

Think Pink schaart zich achter screening

Een internationale adviesgroep van kankerspecialisten uit 16 verschillende landen buigt zich regelmatig over de voor- en nadelen van borstkankerscreening. Het IARC (International Agency for Research on Cancer) bevestigde het belang van screeningsprogramma’s, zoals ze momenteel ook worden uitgevoerd in België. Vrouwen tussen 50 en 69 jaar die via een bevolkingsonderzoek regelmatig worden gescreend op borstkanker hebben 23 procent minder risico om te overlijden aan de ziekte. Voor een screening van vrouwen tussen de 40 en 49 jaar is de gezondheidswinst veel beperkter.

Ongeveer 50 procent van de vrouwen in Vlaanderen uit de doelgroep neemt momenteel deel. Daarnaast laat ongeveer 20 procent zich testen via vrije screening. Dan is het remgeld voor eigen rekening. 17 procent heeft zich nog nooit laten controleren, de andere 13 procent doet dit niet stelselmatig.

Think Pink benadrukt dat deelname aan het Bevolkingsonderzoek Borstkanker belangrijk is. Als nationale borstkankercampagne raadt de vzw vrouwen tussen 50 en 69 jaar die zich niét laten screenen – of niet via het Bevolkingsonderzoek Borstkanker – aan om dat wel te doen. Meer info vind je op borstkanker.bevolkingsonderzoek.be. Ook bij je huisarts kun je terecht voor meer info.

Fabel

Screening verkleint het risico op borstkanker niet, maar kan wel het aantal overlijdens verminderen. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg zegt dat er in België bij duizend 50-jarige vrouwen die zich 10 jaar lang laten screenen drie sterfgevallen worden vermeden. Bij 60-jarigen zijn dat vier vermeden sterfgevallen per duizend regelmatig gescreenden.