26/06/2020

Met de nodige supporters aan de zijlijn kom ik er wel

In februari ging ik op aanraden van mijn vriend op consultatie bij de huisarts. Ik had een raar gevoel in mijn borst. Een week later kreeg ik de diagnose bij mijn superlieve gynaecologe. Zij bezorgde mij 2 jaar geleden de gelukkigste dag van mijn leven toen ze mijn dochter Juliette op de wereld hielp zetten. Maar op 19 februari 2020 moest ze die wereld op zijn kop zetten en mij verschrikkelijk nieuws vertellen. Ik was in de fleur van mijn leven. 32 jaar oud. Een prachtig gezin. Een job als leerkracht in het zesde leerjaar, een job die ik met hart en ziel doe.

Geen nachtmerrie, wel realiteit

Toen de wekker de dag daarna afging, dacht ik heel even, een fractie van een seconde, dat ik wakker werd uit een nachtmerrie. Maar de nachtmerrie was mijn realiteit. Ik ging toch naar school. Ik wilde mijn collega's en mijn klas zelf inlichten. Ik heb die dag mijn huilende klas opgevangen. De kinderen stelden aartsmoeilijke vragen. ‘Kun je hieraan sterven, juf?’ Hoe beantwoord je zulke vragen, als je zelf degene bent die ziek is? Ik ruimde mijn klas op en gaf zoveel mogelijk info door aan mijn parallelcollega. Van de ene dag op de andere moest ik mijn schooljaar afsluiten. Toch hield ik me die dag sterk. Voor de kinderen in mijn klas ... ’s Avonds was ik helemaal op. 

De week erop werd ik geleefd. Ik ging van onderzoek naar onderzoek, hopend dat er geen uitzaaiingen waren. Met mijn mama aan mijn zijde. Te horen krijgen dat je kind ziek is, dat zou geen enkele mama mogen meemaken. Ze zou het zo van me overnemen, mocht ze kunnen, maar dat zou ik voor geen geld van de wereld willen. 

Mijn arts legde mij het behandelplan voor. Eerst een borstbesparende operatie. De tumor moest er zo snel mogelijk uit, want hij was een tikkende tijdbom. Het was raar, want ik voelde me helemaal niet ziek. ‘Je trok het verkeerde lootje’, zeggen mensen wel eens. Neen, denk ik dan. Het overkwam mij gewoon. Maar vanaf dag 1 was ik strijdvaardig en positief ingesteld. Dat maakte het makkelijker om naar de operatie toe te leven.

Gebogen, maar niet gekraakt

Na de operatie zou ik meer info krijgen over de verdere behandeling. Vol goeie moed trok ik samen met mijn zus opnieuw naar de gynaecologe. ‘De tumor was toch 2,8 cm groot en er waren 2 okselklieren aangetast. We kunnen niet anders dan chemo toedienen.’ Wat ze daarna nog vertelde, weet ik niet meer. Alles werd wazig. De enige vraag die ik nog kon stellen, was of ik mijn haar zou verliezen. Gelukkig was mijn zus mee. Zij heeft voor mij het gesprek verdergezet, want ik was helemaal van de kaart.

Wat een klap. Chemo. Ik zag een kale, zieke vrouw voor me. Als er 1 iets was dat ik niet wou, dan was het er ziek uitzien. De afgelopen maanden heb ik nog niet veel geweend. Ik wil daar geen energie wil in steken. Ik wil enkel energie steken in het positieve. Maar op dat moment ben ik toch even gebogen … maar niet gekraakt! 

Kanker en corona, wat een combinatie ...

Toen ik daarna bij de oncologe langsging om te bespreken wanneer de chemo zou starten, was ons land al in lockdown. Kanker en corona, wat een combinatie … Voor het inbrengen van de poortkatheter moest ik alleen naar het ziekenhuis en ook mijn eerste chemo onderging ik in mijn eentje. 

Die eerste chemo ging ik met een dubbel gevoel tegemoet. Ik was blij dat mijn lichaam kon beginnen vechten tegen de kankercellen die mogelijk ontsnapt waren. Tegelijk was ik bang voor de bijwerkingen, bang om me ziek te voelen. Het is ook allemaal heel verwarrend: je krijgt medicatie om beter te worden terwijl je je helemaal niet ziek voelt en van die medicatie word je dan nog eens heel ziek. 

Ik kreeg mijn eerste 4 chemo's telkens om de 3 weken, omdat het ‘zware kost’ was. En dat heb ik geweten … Iedere keer opnieuw stapte ik het ziekenhuis vol goede moed binnen en telkens weer strompelde mijn lichaam als een vod terug naar buiten. In de dagen die op de chemo volgden, voelde ik me meer plant dan mens. Gelukkig heb ik een fantastische familie. Ze namen de zorg voor mijn dochter en voor mezelf met plezier op zich. Door corona moest ik mijn dochter ook thuis houden. Ze ging niet naar de opvang om mij zeker niet ziek te maken. 

Na de eerste futloze week vol hoofdpijn, moeheid en misselijkheid voelde ik me beetje bij beetje beter worden. Voor mijn dochter is het intussen heel normaal dat mama ook gaat slapen wanneer zij 's middags haar dutje doet. 

Onvoorwaardelijke liefde

2 weken na de eerste chemo verloor ik mijn haar. Dat was emotioneel enorm zwaar. Ook die vervelende bijwerkingen zijn pittig. Maar het feit dat ik bij momenten niet voor mijn eigen dochter kan zorgen, de taak van mijn leven, dat is mijn zwaarste leed. Toch gaat mijn kleine Juliette hier fantastisch mee om. Ze stopt me mee in bed als ik me te ziek voel en ze vindt me nog altijd fantastisch zonder haar. Als dat geen onvoorwaardelijke liefde is … Juliette maakt de behandeling draaglijk. Voor haar wil ik dan ook de lastigste behandeling doorstaan. Mijn enige doel is immers haar kunnen zien opgroeien. 

De 4 zware chemo's zijn intussen achter de rug. Ik krijg nu nog 12 ‘lichtere’ behandelingen. Daarna volgen nog bestralingen en vervolgens nog 5 jaar hormoontherapie. In het begin stond mijn gsm niet stil. Iedereen was in shock en bezorgd, maar ook ramptoeristen vonden hun weg. Nu zwijgt mijn gsm al wat vaker. Mensen raken eraan gewoon. Het leven gaat verder. Ik ben ook positief. Dat neemt de bezorgdheid precies ook voor een deel weg bij anderen. 

Vloeken en aanvaarden

Ik kan het niet verbloemen: chemo is zwaar. Maar ik ben mijn trots niet kwijt. Ik ben nog altijd dezelfde. Daarom probeer ik mezelf echt goed te verzorgen. Ik fleur dan ook helemaal op als mensen me, soms heel verwonderd, zeggen dat ik er goed uitzie. Het is niet omdat ik ziek ben, dat ik er ook ziek moet uitzien. En hoe slecht mijn dag ook is, een mooi mutsje of haarwerk op mijn hoofd, een beetje schmink, leuke oorbellen en een goede outfit en ik voel me op slag beter. 

Soms, als ik helemaal alleen ben, vloek ik. Ik vloek omdat ik die rotkanker kreeg. Ik vloek omdat mijn leven stilvalt. Ik vloek omdat ik mijn familie verdriet bezorg door ziek te zijn en ik vloek omdat mijn lijf niet mee wil. Maar ik kan niet tegen mijn lijf ingaan. Als het wil rusten, dan moet ik dat aanvaarden. Aanvaarding … Heel moeilijk. Iedereen zegt ook heel goed bedoeld: ‘Komaan vechten!’ Maar de waarheid is: je vecht niet, je ondergaat. Je ondergaat de operaties, de chemo en de bestralingen. Je ondergaat en je luistert naar wat je lichaam aangeeft. 

Wenen van dankbaarheid

En dan zijn er de momenten waarop ik ween. Neen, niet van verdriet. Want wenen van verdriet wil ik zo weinig mogelijk toelaten. Dat draagt immers niet bij tot genezing. Ik ween van dankbaarheid. Dankbaarheid voor mijn gezin en voor mijn familie. Zij zijn mijn genezing. De moeilijke periode bracht ons alleen maar dichter bij elkaar. Ik ben ontroerd door mensen uit mijn omgeving, goede vriendinnen van wie ik de bevestiging krijg dat ze er altijd voor mij zijn. En aangenaam verrast ben ik soms, door mensen die altijd verderaf stonden en nu dichterbij zijn gekomen.

Maar ik ben ook soms ontgoocheld, in mensen van wie ik verwacht had dat ze er zouden staan, maar die me nauwelijks vragen hoe het gaat of die zeggen: ‘Je moet maar sturen als er iets is.’ De makkelijkste weg … Ik merk zelfs dat er mensen zijn die me negeren, gewoon omdat ze niet weten hoe ze moeten omgaan met mij als ‘zieke’. Dat doet pijn. 

Als ik de voorlopige balans opmaak, kan ik zeggen dat het heavy is. Maar ik heb in een korte periode al heel wat geleerd. Ik heb geleerd dat ik sterker ben dan ik dacht. Ik heb leren relativeren. Ik heb leren genieten van kleine dingen. Maar ik heb bovenal geleerd wie me dierbaar is en op wie ik kan rekenen, onvoorwaardelijk. En dat vergeet ik nooit meer. Ik ben een ‘rijk’ mens geworden. 

Op naar het volgende stuk van mijn traject. De weg is nog lang, maar stap per stap, met de nodige supporters aan de zijlijn, kom ik er wel.