nl | en | fr
 0
 
 07/01/2013 Borstkanker

Chemotherapie of chemo bij borstkanker

Wie krijgt chemotherapie?

Het voornaamste doel van chemotherapie of chemo is de verspreiding van borstkanker tegen te gaan of er controle over te krijgen, en zo de overlevingskansen van de patiënt te verhogen.

Chemotherapie wordt toegepast in de volgende gevallen

(1) Patiënten die een borstoperatie (mastectomie of lumpectomie) hebben ondergaan, krijgen na de operatie chemotherapie toegediend als er een risico is op al bestaande microscopische uitzaaiingen.

Dit risico wordt reëel geacht als de patiënt aan ten minste een van de volgende criteria voldoet:

  • grote borsttumor
  • aantasting van de lymfknopen in de oksel
  • matig tot slecht gedifferentieerde kankercellen
  • negatieve hormoonreceptoren

Sinds enkele jaren is er een factor bijgekomen: de leeftijd. Toch is het exacte belang ervan nog niet volledig duidelijk. Zeker is wel dat de leeftijd geen zwaar doorwegende factor is, zeker niet vergeleken met de andere factoren. Met andere woorden: als een patiënte zich in de gunstige prognostische groep bevindt (tumor van minder dan 2 cm en geen okselklieraantasting) dan zal ze omwille van haar leeftijd niet plots in een slechte prognostische subgroep tuimelen! Door de onzekerheid over het precieze belang van de leeftijd bij de diagnose beschouwen sommige oncologen de jonge leeftijd op zichzelf als voldoende argument voor het toedienen van chemotherapie. De leeftijdsgrens die gehanteerd wordt, is 35 jaar.
Deze toepassing van chemotherapie noemt men adjuvante chemotherapie.

(2) Patiënten die niet onmiddellijk kunnen worden geopereerd omdat het gezwel te groot is, krijgen soms eerst chemotherapie om de tumor te verkleinen. Bovendien worden hierdoor eventuele microscopische uitzaaiingen onmiddellijk mee bestreden. Deze toepassing noemt men neoadjuvante chemotherapie.

(3) Chemotherapie wordt ook toegepast om patiënten die niet meer van hun ziekte kunnen genezen een betere levenskwaliteit te bieden, door bijvoorbeeld de pijn te verlichten. In dit geval spreekt men van palliatieve chemotherapie.

(4)
Uitzaaiingen in andere organen worden vaak met chemotherapie behandeld.

Hoe werkt chemotherapie?

Normale, gezonde cellen groeien en sterven af in een door het lichaam gecontroleerd tempo. Er worden evenveel nieuwe cellen aangemaakt als er oude afsterven. Kankercellen groeien in een abnormaal, niet gecontroleerd tempo. Er worden meer nieuwe cellen gevormd dan er oude afsterven: daardoor ontstaan er gezwellen.

Cytostatica doen hun werk door op een bepaald ogenblik de levenscyclus van een cel te verstoren. Het precieze moment waarop ze het groeiproces van de cel verstoren, verschilt echter van medicijn tot medicijn. Tijdens een chemotherapiebehandeling zal men dan ook vaak een combinatie van verschillende medicijnen toedienen, dit noemt men combinatiechemotherapie.

Naast chemotherapie bestaan er nog andere bestrijdingsmiddelen tegen kanker. Hierover vind je meer informatie in de artikels over chirurgie, radiotherapie en hormoontherapie. Veel lotgenoten worden behandeld met een combinatie van verschillende therapieën. Chemotherapie als aanvulling op chirurgie en/of radiotherapie noemt men adjuvante chemotherapie.

Wie dient chemotherapie toe?

De internist-oncoloog beslist welke medicijnen voor een patiënt het meest zijn aangewezen. Zijn/haar beslissing hangt af van het soort kanker, het stadium en de algemene gezondheidstoestand van de patiënt.

De toediening van chemotherapie

Duur van de behandeling

De duur van de behandeling hangt af van:

  • het soort kanker
  • het doel van de behandeling
  • de gebruikte medicijnen
  • en de reactie van de patiënt op de medicijnen.

Het is mogelijk dat u dagelijks, wekelijks of maandelijks een dosis chemotherapie krijgt toegediend.

Meestal wordt chemotherapie toegediend in een aantal cycli, waarbij er rustpauzes worden ingelast die het lichaam de kans geven om de normale cellen te herstellen en nieuwe kracht op te bouwen. Je behandelende arts bepaalt je chemotherapieschema en bespreekt het met jou.

Het is belangrijk dat je je zoveel mogelijk aan het vooropgestelde schema kunt houden.

Tijdens de behandeling laat de arts regelmatig je bloed testen. Op basis van de testresultaten is het mogelijk dat een behandeling moet worden uitgesteld. Je arts bepaalt hoe lang dit uitstel duurt.

Werkwijze bij een behandelingssessie

Chemotherapie wordt

  • ambulant toegediend in het ziekenhuis: je gaat naar het ziekenhuis, de medicijnen worden intraveneus toegediend en je keert daarna terug naar huis.
  • of gecombineerd met een ziekenhuisopname van een of meer dagen.
  • Soms kan chemotherapie ook gewoon thuis worden genomen.

De plaats waar je de chemotherapie ontvangt, hangt meestal af van de medicijnen en hoe je erop reageert.

Afhankelijk van de medicijnen die je neemt, wordt de wijze bepaald waarop de chemotherapie wordt toegediend.

De volgende mogelijkheden bestaan:

  • Intraveneus (de voornaamste toedieningswijze). Dit kan gebeuren via een dunne naald die in een ader wordt gebracht (meestal in de hand of de onderarm). Een andere manier van intraveneuze toediening is via een katheter (of een katheter plus een poort, een port-a-cath of poortkatheter genoemd). Dit is een dun buisje dat in een grote ader van het lichaam wordt gebracht en daar voor de volledige duur van de chemotherapie blijft zitten. Een katheter wordt gebruikt als er (te verwachten) problemen zijn met het (herhaaldelijk) inbrengen van de naald in de hand of de onderarm.
  • Oraal: dit kan zijn in vloeibare vorm of in pilvorm. Je neemt de medicijnen in net zoals je een aspirine zou innemen.
  • Intramusculair: door een injectie rechtstreeks in een spier.
  • Subcutaan: door een onderhuidse injectie.
  • Topisch: toediening op de huid.

Om het tempo van de toediening van de medicatie te regelen kunnen pompen worden gebruikt. Er bestaan uitwendige en inwendige pompen.

Effecten van de behandeling

Chemotherapie, op welke wijze dan ook, voelt meestal aan alsof je een ander medicijn neemt of krijgt. De intraveneuze vorm van chemotherapie voelt aan zoals je bloed krijgt. Sommige mensen voelen, eens de medicijnen vloeien, een koelte op de plaats van de naald. Als je pijn of een brandend gevoel krijgt op de plaats van de injectie, tijdens of na het toedienen van de medicijnen, moet je je arts of verpleegkundige verwittigen.

Chemotherapie kan een aantal bijwerkingen met zich meebrengen, deze worden besproken in het artikel 'Mogelijke bijwerkingen van chemotherapie'.

Mag chemotherapie worden gecombineerd met andere medicatie?

Sommige geneesmiddelen kunnen interfereren met de chemotherapie. Daarom is het zeer belangrijk om aan de voorschrijvende arts een lijst te bezorgen van alle geneesmiddelen die u neemt. Ook geneesmiddelen zoals pijnstillers, laxerende middelen en/of vitamines moeten in de lijst worden opgenomen.

Terwijl je chemotherapie bezig is, moet je de arts ook verwittigen vóór je een ander geneesmiddel begint in te nemen. Verwittig hem/haar ook als je stopt met een van de geneesmiddelen die je neemt.