nl | en | fr
 0
 18/02/2013 Borstkanker

Behandelingsschema FEC

CAF (FAC)

Cyclofosfamide - adriamycine - Fluorouracil

Fluorouracil (5-FU)

Fluorouracil
5-FU
Efudix
Efudrex
Fluracedyl
Fluracilum
Fluroblastine

Fluorouracil is een antimetaboliet dat de DNA-synthese van de cel blokkeert en tot de productie van fout RNA leidt. Fluorouracil beïnvloedt de cellen vooral terwijl ze zich aan het delen zijn. Fluorouracil is een van de oudste anti-kankermedicijnen en wordt meestal intraveneus toegediend. Voor de behandeling van sommige vormen van huidkanker, is het ook beschikbaar in zalfvorm (Efudix).

Mogelijke bijwerkingen

Het is van groot belang alle wijwerkingen aan de behandelende arts te melden.

Meest voorkomende bijwerkingen

Ontsteking van het mondslijmvlies (pijn en zweertjes in de mond, problemen met slikken): door veel te drinken, vaak de tanden te poetsen met een zachte tandenborstel kunt u het risico op deze bijwerking verminderen. De behandelende arts kan ook medicatie voorschrijven om mondinfecties tegen te gaan of te genezen.

Verandering in smaak: mogelijk gaat uw voedsel anders smaken terwijl u in therapie bent. Dit is meestal een tijdelijk verschijnsel dat na de therapie weer verdwijnt.

Diarree: deze bijwerking kan meestal onder controle worden gehouden met medicatie. In geval van diarree moet u ervoor zorgen genoeg te drinken.

Oogirritatie: irritatie en problemen met het zicht. Uw arts kan u hiertegen oogdruppels voorschrijven.

Huidveranderingen: uw huid kan donkerder worden door een overproductie aan pigment. Dit zal geleidelijk weer normaal worden enkele maanden na beëindiging van de behandeling met Fluorouracil (5-FU).

Verminderde weerstand door verlaging van het aantal witte bloedcellen. Dit effect begint meestal 7 dagen na toediening van Fluorouracil (5-FU) en bereikt meestal een dieptepunt na 10 tot 14 dagen. Nadien zal het aantal witte bloedcellen weer beginnen stijgen en het normale niveau wordt normaal gezien weer bereikt 21 dagen na toediening. Neem onmiddelijk contact op met uw behandelende arts indien:
- Uw temperatuur boven 38°C stijgt.
- U zich plots erg onwel voelt (zelfs bij een normale lichaamstemperatuur).

Voor elke toediening van chemotherapie zult u een bloedtest ondergaan om na te kijken of het aantal witte bloedcellen op een normaal niveau staat. Indien dit niet het geval zou zijn, zal de behandeling wellicht een week worden uitgesteld.

Blauwe plekken of bloeden: Fluorouracil (5-FU) kan het aantal bloedplaatjes doen dalen waardoor gemakkelijker bloedingen ontstaan.

Bloedarmoede (anemie): door vermindering van het aantal rode bloedcellen. In geval van deze bijwerking zal u zich wellicht vermoeid en kortademig voelen. Een bloedtransfusie kan noodzakelijk zijn als het aantal rode bloedcellen te laag wordt.

Vermoeidheid en zwakte: neem genoeg rust om deze bijwerking te boven te komen.

Minder voorkomende bijwerkingen

Misselijkheid en braken: indien deze bijwerking optreedt, begint ze meestal enkele uren na de toediening van Fluorouracil (5-FU) en kan enkele dagen duren. Er bestaat momenteel zeer efficiënte medicatie tegen misselijkheid en braken. Indien de voorgeschreven middelen niet het gewenste resultaat geven, kan de arts eventueel overschakelen op andere middelen. U dient dit dus zeker met hem/haar te bespreken.

Haarverlies: meestal is het haarverlies onder Fluorouracil (5-FU) eerder beperkt (haaruitdunning). Occasioneel valt het toch allemaal uit. Als er haarverlies is, begint die meestal 3 tot 4 weken na de eerste toediening van Fluorouracil (5-FU) (maar kan ook vroeger). Ook wenkbrauwen, wimpers en ander lichaamshaar kan uitvallen.

Het haarverlies is tijdelijk - het haar zal dus opnieuw beginnen groeien na beëindiging van de therapie.

Gevoeligheid aan de zon: terwijl u Fluorouracil (5-FU) krijgt en tot verschillende maanden nadien is het mogelijk dat uw huid sneller verbrandt onder de zon. U kunt nog steeds in de zon lopen of gaan zitten, maar het is aangewezen u goed te beschermen door een zonnecrème met een hoge beschermingsfactor te gebruiken, voldoende kleding te dragen en een hoed of pet op te zetten.

Veranderingen aan de nagels: door Fluorouracil (5-FU) kunnen uw nagels broos worden of afbrokkelen. Dit zal zich herstellen enkele maanden na beëindiging van de therapie.

Huiduitslag: deze uitslag kan bovendien jeukerig zijn. De arts kan hiertegen medicatie voorschrijven.

Pijnlijke en rode handpalmen en voetzolen: ook wel het handen-voetensyndroom genoemd. Deze bijwerking komt vrijwel alleen voor als Fluorouracil (5-FU) gedurende een lange periode wordt gegeven. Het is meestal tijdelijk en zal verdwijnen na de therapie. Vitamine B6 kan worden voorgeschreven om deze bijwerking te voorkomen of te verhelpen.

Verhoogde traanproductie: een zeldzame bijwerking van Fluorouracil (5-FU).

Epirubicine (Farmorubicine®)

Epirubicine
Farmorubicine®

Epirubicine (volledige benaming "Epirubicinehydrochloride") behoort tot de groep van de anthracyclines, zoals ook Doxorubicine. Het heeft het vermogen complexen te vormen met DNA en daardoor de DNA-synthese en de celdeling te remmen. Epirubicine wordt gebruikt bij de bestrijding van een groot aantal kankers, waaronder borst-, eierstok- en maagkanker en lymfomen. Het wordt ofwel alleen, ofwel samen met andere medicijnen aangewend. Het is een heldere, oranjerood gekleurd vloeistof die enkel intraveus wordt toegediend.

Mogelijke bijwerkingen

Het is van groot belang alle bijwerkingen aan de behandelende arts te melden

Meest bijkomende bijwerkingen

Haarverlies: begint meestal 3 tot 4 weken na de eerste toediening van Doxorubicine (maar kan ook vroeger). Het haarverlies kan totaal zijn, maar ook ernstige verdunning van het haar treedt op. Ook wenkbrauwen, wimpers en ander lichaamshaar kan uitvallen. Het haarverlies is tijdelijk - het haar zal dus opnieuw beginnen groeien na beëindiging van de therapie.

Misselijkheid en braken die meestal begint enkele uren na de toediening van Doxorubicine en tot een dag kan duren. Er bestaat momenteel zeer efficiënte medicatie tegen misselijkheid en braken. Indien de voorgeschreven middelen niet het gewenste resultaat geven, kan de arts eventueel overschakelen op andere middelen. U dient dit dus zeker met hem/haar te bespreken.

Verminderde weerstand door verlaging van het aantal witte bloedcellen. Deze bijwerking kan beginnen ongeveer zeven dagen na toediening en de verminderde weerstand bereikt meestal haar dieptepunt 10 -14 dagen na toediening. Nadien zal het aantal witte bloedcellen weer beginnen stijgen en het moet normaal gezien weer het normale niveau hebben bereikt op het moment van de volgende toediening.
Neem onmiddellijk contact op met uw behandelende arts indien:
- Uw temperatuur boven 38 °C stijgt.
- U zich plots erg onwel voelt (zelfs bij een normale lichaamstemperatuur).
Voor elke toediening van chemotherapie zult u een bloedtest ondergaan om na te kijken of het aantal witte bloedcellen op een normaal niveau staat. Indien dit niet het geval zou zijn, zal de behandeling wellicht een week worden uitgesteld.

Blauwe plekken of bloeden: Epirubicine kan het aantal bloedplaatjes doen dalen waardoor gemakkelijker bloedingen ontstaan.

Bloedarmoede (anemie): door vermindering van het aantal rode bloedcellen. In geval van deze bijwerking zal u zich wellicht vermoeid en kortademig voelen.

Een bloedtransfusie kan noodzakelijk zijn als het aantal rode bloedcellen te laag wordt.

Ontsteking van het mondslijmvlies (pijn en zweertjes in de mond, problemen met slikken): door veel te drinken, vaak de tanden te poetsen met een zachte tandenborstel kunt u het risico op deze bijwerking verminderen. De behandelende arts kan ook medicatie voorschrijven om mondinfecties tegen te gaan of te genezen.

Verandering in smaak: mogelijk gaat uw voedsel anders smaken terwijl u in therapie bent. Dit is meestal een tijdelijk verschijnsel dat na de therapie weer verdwijnt.

Kleurverandering urine: door de kleur van Epirubicine, kan ook uw urine een roos-rode kleur aannemen. Dit kan tot 48 uur na de toediening duren.

Huidveranderingen: Epirubicine kan juikerige huiduitslag veroorzaken. Uw behandelende arts kan u hiertegen medicijnen voorschrijven. Op plaatsen waar eerst bestraling heeft plaatsgevonden, kan de huid rood en pijnlijk worden. Door de kleur van Epirubicine, tenslotte, kan ook uw huid donkerder worden. Enkele maanden na de behandeling wordt de huidkleur meestal weer normaal.

Ratio recall: zie voor meer informatie Adriamycine (Doxorubicine).

Vermoeidheid en zwakte: neem genoeg rust om deze bijwerking te boven te komen.

Mogelijke complicaties

Epirubicine is heel toxisch wanneer het niet in de bloedbaan maar in de weefsels terechtkomt (extravasatie). Dit kan aanleiding geven tot ernstige weefselnecrose.

Cyclofosfamide of endoxan

Cyclofosfamide
CTX
Cycloblastine
Endoxan

Cyclofosfamide is een derivaat van mosterdgas dat interfereert tijdens de DNA-replicatie van de cel. Cyclofosfamide heeft ook een sterke immunosuppressieve (d.i. afweersysteemonderdrukkende) werking. Het is een van oudste chemotherapie-medicijnen en wordt al tientallen jaren gebruikt. Cyclofosfamide wordt meestal intraveneus toegediend, maar bestaat ook in pilvorm.

Mogelijke bijwerkingen

Het is van groot belang alle bijwerkingen aan de arts te melden.

Meest voorkomende bijwerkingen

Verminderde weerstand door verlaging van het aantal witte bloedcellen. Dit effect kan beginnen ongeveer 7 dagen na toediening van Cyclofosfamide en bereikt meestal een dieptepunt na 10 tot 14 dagen. Nadien zal het aantal witte bloedcellen weer beginnen stijgen en het het normale niveau wordt normaal gezien weer bereikt 21 dagen na toediening.
Neem onmiddellijk contact op met uw behandelende arts indien:
- Uw temperatuur boven 38°C stijgt.
- U zich plots erg onwel voelt (zelfs bij een normale lichaamstemperatuur).

Voor elke toediening van chemotherapie zult u een bloedtest ondergaan om na te kijken of het aantal witte bloedcellen op een normaal niveau staat. Indien dit niet het geval zou zijn, zal de behandeling wellicht een week worden uitgesteld.

Blauwe plekken of bloeden: Cyclofosfamide kan het aantal bloedplaatjes doen dalen waardoor gemakkelijker bloedingen ontstaan.

Bloedarmoede (anemie): door vermindering van het aantal rode bloedcellen. In geval van deze bijwerking zal u zich wellicht vermoeid en kortademig voelen.
Een bloedtransfusie kan noodzakelijk zijn als het aantal rode bloedcellen te laag wordt.

Misselijkheid en braken die meestal begint enkele uren na de toediening van Cyclofosfamide en 24 uur kan duren (of zelfs enkele dagen in geval van hoge dosissen).
Er bestaat momenteel zeer efficiënte medicatie tegen misselijkheid en braken. Indien de voorgeschreven middelen niet het gewenste resultaat geven, kan de arts eventueel overschakelen op andere middelen. U dient dit dus zeker met hem/haar te bespreken.

Verminderde eetlust: indien Cyclofosfamide uw eetlust vermindert, bespreekt u dit best met een diëtist van het ziekenhuis.

Irritatie van de blaas: het is belangrijk tijdens deze therapie voldoende te drinken om deze bijwerking te vermijden. Als u bloed opmerkt in uw urine, moet u dit zeker met uw arts bespreken. Als Cyclofosfamide in hoge dosis wordt toegediend, zal er samen met het medicijn wellicht ook een middel worden gegeven (Mesna) om irritatie van de blaas te voorkomen.

Haarverlies: het haarverlies door Cyclofosfamide kan totaal zijn maar ook beperkt (haaruitdunning). Als er haarverlies is, begint die meestal 2 tot 4 weken na de eerste toediening van Cyclofosfamide (maar kan ook vroeger). Ook wenkbrauwen, wimpers en ander lichaamshaar kan uitvallen.
Het haarverlies is tijdelijk - het haar zal dus opnieuw beginnen groeien na beëindiging van de therapie.

Minder voorkomende bijwerkingen

Invloed op de lever: Cyclofosfamide kan tijdelijk de werking van de lever beïnvloeden.
Meestal is dit niet verontrustend, maar de behandelende arts zal deze bijwerking van nabij opvolgen door het regelmatig onderzoeken van bloedstalen.

Ontsteking van het mondslijmvlies (pijn en zweertjes in de mond, problemen met slikken): door veel te drinken, vaak de tanden te poetsen met een zachte tandenborstel kunt u het risico op deze bijwerking verminderen.
De behandelende arts kan ook medicatie voorschrijven om mondinfecties tegen te gaan of te genezen.

Verandering in smaak: mogelijk gaat uw voedsel anders smaken terwijl u in therapie bent. Dit is meestal een tijdelijk verschijnsel dat na de therapie weer verdwijnt.

Diarree: deze bijwerking kan meestal onder controle worden gehouden met medicatie. In geval van diarree moet u ervoor zorgen genoeg te drinken.

Veranderingen aan de nagels: door Cyclofosfamide kunnen uw nagels donkerder of broos worden of afbrokkelen. Dit zal zich herstellen enkele maanden na beëindiging van de therapie.

Huidveranderingen: uw huid kan donkerder worden door een overproductie aan pigment. Dit zal geleidelijk weer normaal worden enkele maanden na de behandeling met Cyclofosfamide.

Vermoeidheid en zwakte: neem genoeg rust om deze bijwerking te boven te komen.