Mannen en borstkanker
Borstkanker bij mannen komt zelden voor: slechts 1 % van het totaal aantal gevallen van borstkanker. De gemiddelde leeftijd van mannen met borstkanker ligt ergens tussen 60 en 65, dus gemiddeld vijf jaar later dan bij vrouwen.
Elementen zoals erfelijkheid, blootstelling aan stralingen en voorgeschiedenis met een goedaardige ziekte van de borsten vormen risicofactoren die mannen en vrouwen gemeenschappelijk hebben. Toch bestaan er ook factoren die typisch zijn voor mannen zoals bijvoorbeeld een afgenomen werking en verschillende aandoeningen aan de testikels (teelbalontsteking, traumatisme of niet ingedaalde testikels), en het syndroom van Klinefelter (zeldzame aandoening gekenmerkt door de aanwezigheid van een extra X chromosoom), weinig ontwikkelde geslachtsorganen, hormonale afwijkingen en een gynecomastie, d.w.z. een toename van de grootte van de borsten.
Mannen besteden weinig aandacht aan borstonderzoek. Zo gebeurt het dat bepaalde mannen bij de consultatie al een goed ontwikkelde kanker hebben.
Ook in de media wordt zelden over mannen met borstkanker gerept. De diagnosetechnieken, de behandelingen en de overlevingskansen zijn bij vrouwen en mannen nochtans grotendeels gelijk. Ook Henk Van Daele kreeg af te rekenen met borstkanker. Hoe dit zijn leven veranderde verwoordde hij in het boek "Borstkanker met puntjes - Ervaringen van een man". Hij wou zo veel mogelijk over de ziekte weten en bundelde deze recente wetenschappelijke gegevens. De auteur brengt gelijktijdig een boodschap van hoop aan de mens met kanker, een verantwoorde vraag naar meer menselijk begrijpend aanvoelen vanwege de zorgverstrekkers en een goed onderbouwde argumentatie naar de gemeenschap toe om het principe van de centrale plaats van de patiënt tot een dagelijkse realiteit om te zetten.
Net zoals bij vrouwen verhogen een vroegtijdige diagnose en behandeling gevoelig de kansen op genezing.
Persoonlijk interview met Jean Hellemans
1. Herinner je nog het moment wanneer de diagnose werd vastgesteld en wat ging er toen door je heen?
Dat was een donderslag bij heldere hemel. Vooral ongeloof. Als man sta je er niet bij stil dat het jou kan overkomen.
2. Hoe werd je dit medegedeeld? Kreeg je antwoord op de vragen van dat moment?
Er was een punctie gedaan. Voor alle zekerheid, had de dokter gezegd. Ik kreeg toen wel een uitgebreide uitleg, op de man af.
3. Hoe reageerde je partner, je kinderen, je familie en vrienden?
Heel erg geschokt, verontwaardiging, heel emotioneel.
4. Twijfelde je nog aan de diagnose?
Het drong me toen nog niet ten volle door. Nee, twijfelen deed ik niet.
5. Ben je vanaf die dag anders beginnen leven?
Absoluut. Mijn leven kreeg een heel andere wending. Geld was plots niet belangrijk meer. We gingen meer profiteren van het leven. Trokken elke maand een week naar Centerparcs en zo meer.
6. Waar ging je ten rade voor meer informatie?
Bij vrienden die een jaar voor mij met borstkanker te maken kregen. Daar had ik heel veel steun aan.
7. Door wie werd je het meest gesteund?
Ik zocht overal steun, op internet, en in “leven”. De meeste steun kreeg ik van mijn familie en de kennissen.
8. Was je tevreden over de medische begeleiding?
Heel tevreden.
9. Hoe verliep je behandeling?
Omdat ik ook met mijn hart en aders op de sukkel ben, mocht ik geen bestraling of chemo hebben en omdat ik de normale medicatie niet kon krijgen vanwege mijn hart, kreeg ik Aremidex. Een medicament dat vrouwen in de overgang krijgen.
10. Hoe verliep de genezing?
Het is nog maar 2 jaar, dus afwachten.
11. Word je op de dag van vandaag nog geconfronteerd met je ziekte? Op welke manier?
Zoals ik eerder zei, gaan we veel zwemmen. Als man kan je de borst niet onderstoppen zoals bij vrouwen wel kan. Ik heb nog steeds veel operatiepijn.
12. Denk je nog vaak aan die tijd terug?
Dag en nacht
13. Heb je, achteraf bekeken, je levensstijl veranderd (meer sport, andere voeding, meer tijd voor vrienden,…)?
Ik ben kritischer geworden. Sporten kan ik niet vanwege de pijn en mijn hart. Ik praat gemakkelijker met iedereen. Mijn voeding vormt nog een groot probleem. Vermits ik diabeet ben kan ik het nog niet opbrengen om mijn voeding aan te passen.